Vrije wil dankzij de hersenen

Veel zorgen over het niet bestaan van vrije wil komen voort uit een verkeerde opvatting over de aard van wilsvrijheid. Onderzoekers als Swaab en Lamme geven terecht aan dat onze hersenen van fundamenteel belang zijn voor ons denken en gedrag. Maar ze zitten ernaast als ze beweren dat de vrije wil daarom niet bestaat. Evenzeer misplaatst zijn discussies in het recht over de mogelijke zinloosheid van vonnissen. ‘Mijn hersenen hebben het gedaan’ is een onzinnige poging tot het ontkomen van verantwoordelijkheid voor daden. Uiteraard hebben jouw hersenen het gedaan, en juist daarom ben jij verantwoordelijk. De gedachte dat vrijheid ten opzichte van de hersenen noodzakelijk is voor het bestaan van vrije wil is even onjuist als het idee dat een mens moet kunnen ademen zonder zijn longen te gebruiken, of eten zonder maag en darmen. Longen maken ademen (mede) mogelijk, maag en darmen de spijsvertering, en hersenen verschaffen ons vrijheid. Vrijheid ten opzichte van onze omgeving, vrijheid om het vandaag anders te doen dan gisteren, toen we eigenlijk niet zo blij waren met de uitkomst van ons gedrag. Vrijheid om ‘Nee’ te zeggen tegen onze eerste impuls in reactie op de omgeving.

Psychologisch en juridisch is het belangrijk dat we niet slaafs onze omgeving volgen. De omgeving biedt ons een menu van handelingsmogelijkheden aan, en wij kiezen daaruit. Uiteraard bepalen onze hersenen hoe we kiezen, wat we kiezen, en waarom. Maar dat betekent niet dat we geen keuze gemaakt hebben of dat de vrijheid ten opzichte van onze omgeving niet bestaat. Integendeel, een steen die naar beneden rolt heeft geen keuze, wij wel, dankzij ons brein. Daarom juist is het heel goed mogelijk om iemand verantwoordelijk te houden voor zijn of haar daden. Dat brein, gevormd door die genen en die omgevingsinvloeden, heeft onacceptabel gehandeld, en daarom volgen er sociale sancties (vrijheidsbeperking, bijvoorbeeld, of behandeling).

Wie doet alsof hersenonderzoek aantoont dat vrije wil niet bestaat zit eigenlijk nog gevangen in de 17e eeuw van René Descartes, waarin een onstoffelijke ziel nog als uitgangspunt werd genomen. Wie vrijheid zoekt op de verkeerde plaats moet niet gek opkijken als er niets gevonden wordt. In plaats van concluderen dat er ‘dus’ niets is, is het verstandiger om elders te zoeken. En inderdaad, ook dat wordt mogelijk gemaakt door je hersenen. Moet je ze wel even gebruiken natuurlijk.

 

Pim Haselager is senior onderzoeker van de sectie Theoretische cognitiewetenschap van het Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij heeft psychologie en filosofie gestudeerd. Hij analyseert onder andere de ethische, juridische en maatschappelijke implicaties van robotica en neurowetenschap (bijvoorbeeld de sociale consequenties van robotica en implicaties van neurowetenschap voor de rechtspraak). Webpage: http://www.dcc.ru.nl/~haselag