Voedsellabels en private voedselstandaarden

Voedsellabels en private voedselstandaarden zijn uitermate nuttig.

Voedsellabels en private voedselstandaarden verbinden landbouwproducenten van over de hele wereld met internationale markten. Zonder labels en private standaarden zou een groot aantal producenten, vooral kleinschalige producenten in ontwikkelingslanden, niet in staat zijn om een lucratieve markt-kans te grijpen, omdat hun de kennis ontbreekt over hoe hun productiesysteem verbeterd moet worden om te voldoen aan de publieke voedselveiligheidsvoorwaarden en de vraag naar kwaliteit in internationale markten. Bovendien informeren voedsellabels en private voedselstandaarden consumenten over de kwaliteit- en veiligheidskarakteristieken van het voedsel dat ze kopen en consumeren; en over de ethische en milieuomstandigheden waarin dat voedsel werd geproduceerd en verhandeld. Voedsellabels en standaarden hebben ook een bijdrage geleverd aan de bewustwording van consumenten over de impact van hun voedselconsumptie op duurzaamheid.

Maar voedsellabels en private voedselstandaarden zijn niet helemaal zonder gevaar.

Sommige private standaarden zijn te strikt en sommige voedsellabels zijn niet informatief. Er is bijvoorbeeld een wanverhouding tussen de sanitaire en fytosanitaire vereisten waar producenten aan moeten voldoen binnen GAP (Good Agricultural Practices) en de kans op voedselvergiftigingen en andere gezondheidsrisico’s voor consumenten. Indien het kleinschalige producenten in ontwikkelingslanden betreft, komt dit neer op armere boeren die relatief (ten opzichte van hun vermogen) grote bedragen investeren om te voldoen aan standaarden die slechts een minimaal en onbeduidend voordeel opleveren voor rijkere consumenten. Er zijn duurzaamheids- labels die onvolledige informatie verschaffen, zoals bijvoorbeeld het aantal kilometers dat voedsel aflegt vooraleer het in de super-markt belandt, en die daardoor niet informatief of zelfs mislei-dend zijn. Voedsellabels en standaarden moeten relevant zijn.

Er is een wildgroei aan voedsellabels en private voedselstandaarden. Er is een groot aantal standaarden met gelijkaardige maar toch andere vereisten. Dit gebrek aan harmonisatie van private standaarden veroorzaakt een onnodige last voor producenten. Immers, niet alleen de investeringen om aan standaarden te voldoen zijn duur maar evengoed de conformiteitbeoordelingen, bijvoorbeeld door middel van certificatie, zijn duur en meestal voor rekening van de producent. Er zijn tal van voedsellabels met een focus op milieu- en ethische kenmerken. Dit creëert twijfel en onwil bij consumenten die bereid zijn om te betalen voor betere milieu- en ethische eigenschappen van hun voedsel. Voedsellabels en standaarden moeten eenvoudig zijn.

Om een bijdrage te leveren aan een kwaliteitsvol, veilig, eerlijk en duurzaam globaal voedselsysteem, moeten voedsellabels en private voedselstandaarden relevant en eenvoudig zijn.

 

Miet Maertens is professor aan de afdeling Bio-economie, Departement Aard- en Omgevingswetenschappen aan de KU Leuven in België. Zij studeerde Bio-ingenieurswetenschappen en Economische Wetenschappen aan de KU Leuven en heeft een PhD van de  Georg-August Universiteit Göttingen in Duitsland. Zij doceert cursussen in landbouw, milieu- en ontwikkelingseconomie aan de KU Leuven. Zij publiceerde verschillende artikelen over de implicaties van voedselstandaarden voor producenten in ontwikkelingslanden.