Tegen het cornucopianisme

Het beste idee van 2014 in het denken over maatschappij en mondiale politiek zou kunnen zijn de kritische diagnose van het cornucopianisme, een analytische term ge(re)ïntroduceerd door Olsson (2014). Hoewel het begrip begon als een geestig protest tegen het malthusianisme, midden 19e eeuw, kan het nu worden toegepast om een serieus hedendaags probleem aan de orde te stellen. Tegelijk voor de hand liggend en ogenschijnlijk simpel, vat het samen waar de problematische drijvers van sociale en economische rivaliteit, conflict en milieuafbraak liggen: in de idee dat ontwikkeling naar hoge welvaart en steeds groeiende consumptie realiseerbare idealen zijn voor de hele wereld nu en in de toekomst. Als het tenminste maar ‘goede’, verantwoorde, sustainable en democratische ontwikkeling is. Uit Fredrik Jonssons artikel van dit voorjaar wordt duidelijk dat het helaas niet zo is.

Cornucopianisme is het geloof in overvloed voor allen, de ideologie van het ongelimiteerd consumeren en streven naar het consumptieparadijs in een (irreële) wereld van onbegrensde bevolkingsgroei en benutting van alle natuurlijke hulpbronnen. Het heeft de onuitgesproken assumptie dat met ‘goed bestuur’ en de nieuwe milieutechnologieën, en betere productietechnieken en systemen, zoals een gedecentraliseerde 3D-printeconomie, alles goed komt en we onze productie en consumptie niet hoeven terug te schroeven. Daarbij hoort ook de idee die de ontwikkelingshulpindustrie en de VN, OECD, IMF, etc., nog steeds aanhangen dat massieve economische ontwikkeling de mens in de ‘ontwikkelingslanden’ naar Westerse niveaus van productie en consumptie moet tillen. Welnu, ik zou zeggen: vergeet het maar. Er kan wel veel worden bereikt – een behoorlijk basisniveau van materiële levensomstandigheden en voorzieningen – zeker als wij hier kalmer aan doen. Maar alles daarboven zal het mondiale milieu nog sneller doen degraderen en conflicten doen toenemen.

Cornucopianisme reflecteert een economisch mimetisme: imitatieve rivaliteit onder mensen t.a.v. middelen en goederen, gedreven door afgunst en naijver. Het kenmerkt de hedendaagse samenlevingen, die geen weg terug willen. Cornucopianisme is ook een (deels onbewuste) verslaving van de mens in de hoog-industriële en rijke samenlevingen, en één die erg besmettelijk is – zie o.a. China.

Dit zijn inderdaad geen politiek correcte gedachten – excuses – en wij willen het beste voor de hele wereld. Maar er zijn toch fysieke grenzen aan wat de aarde en haar hulpbronnen aan kan, vooral gezien de losgeslagen bevolkingsgroei. Dit idee is echter niet te verkopen bij de cornucopianisten, de massaconsumenten in de rijke wereld, en de mensen in de ‘ontwikkelingslanden’ die de mooie vitrines hebben gezien.

Jonsson verdient het compliment een al langer bestaand idee – o.a. in de milieuwetenschappen, het klimaatonderzoek, de VN, of in de groene politiek – op pakkende wijze te hebben geherformuleerd en het aldus in de kritische wetenschappelijke analyse te gebruiken. Met zijn historische beschouwing over cornucopianisme raakt Jonsson aan vele eerdere studies, waarvan ik er één zal noemen – vanwege haar grote succes – namelijk Ronald Wrights A Short History of Progress van tien jaar geleden, waarin deze zei dat de 20e eeuw er één was van op hol geslagen groei van de wereldbevolking, de consumptie en de technologie, zodanig dat deze een onhoudbare druk hebben veroorzaakt op alle natuurlijke systemen. We kennen deze boodschap, overigens onderschreven door talloze studies

sinds dat boek verscheen. Uit Jonssons artikel wordt duidelijk waarom we niet van cornucopianisme afkomen en we het foute patroon niet kunnen doorbreken, hoe nijpend de voortekenen ook zijn.

We vinden dan wel boodschappen van hoop en inkeer, bijvoorbeeld in films als The Day the Earth Stood Still en in de lovende berichtgeving over de nieuwe ‘schone’ en duurzame technologieën, de al genoemde 3D-printeconomie die is aangekondigd, of de belofte van (tot nu toe ongrijpbare) kernfusie als mogelijk eeuwige bron van energie. En het nieuwe mondiale ontwikkelingsparadigma – de Sustainable Development Goals – komen eraan in 2015, zodat men weer verder kan dromen. Maar er is reden tot diepe scepsis, juist omdat, zoals Jonsson suggereert, de cornucopianistsche verbeeldingskracht van de mens – in welke cultuur of samenleving dan ook – niet te stoppen is en die limieten niet erkent, zeker niet in de mondialiserende wereld van nu. De ratio zegt ons iets anders, maar die is zelden dominant in het menselijk hart. Het blijft de grote vraag of corrigerend beleid het cornucopianisme kan temmen.

Jonsson, F.A. (2014), The origins of cornucopianism: a preliminary genealogy. Critical Historical Studies 1(1): 151-168.

Wright, R. (2004). A Short History of Progress (Toronto: House of Anansi Press).






J. Abbink is antropoloog-historicus en werkt als onderzoeker aan het Afrika-Studiecentrum Leiden en aan de afdeling Sociaal-Culturele Antropologie van de VU in Amsterdam. Hij deed vooral antropologisch veldonderzoek in Ethiopië en publiceerde over conflict en cultuur, etniciteit, etno-geschiedenis, religie en sociale organisatie, en politieke cultuur in Noordoost-Afrika (met name Ethiopië).