Steden met gevoel voor humor

De meest humoristische stad in de VS is Chicago. Een aantal humoronderzoekers turfde het bezoek aan humoristische websites, humoristische tweets, het aantal comedy clubs, en nog wat van die zaken. Ook werden honderden mensen ondervraagd om tot een ranking van steden te komen. In Engeland is het Bristol dat de titel van speelse stad claimt. Kunstenaars en wetenschappers werken samen om door middel van speelse steedse installaties, zoals pratende lantaarnpalen, de stad die naam te bezorgen. In dat kader had ik het voorrecht in 2014 een voordracht te mogen houden over hoe je een stad speelser kunt maken of zelfs een gevoel voor humor kan geven. Bristol was de derde stad (na Chicago en Krakau) die ik in 2014 aandeed met mijn verhaal.
 
Ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie zorgen ervoor dat, waar we ook zijn, sensoren weet hebben van onze aanwezigheid, van ons gedrag en zelfs van onze uitwisseling van gedachten met anderen. Sensoren die ons volgen, of het nu in huis- of werkomgeving is, in openbare ruimten of in pretparken, zullen steeds meer aanwezig zijn en onvertraagd van ons handelen weten en het kunnen voorspellen. Naast de sensoren zijn er actuatoren. Informatie die verzameld wordt door sensoren leidt tot actie door actuatoren. Dat kan gaan van het automatisch inschakelen van licht als het donker wordt, het activeren van een verdwijnpaal in het wegdek tot het tonen van een berichtje op je slimme bril. Het kan leiden tot een verandering in de omgeving waarin iemand zich bevindt. Met wat wel genoemd wordt het Internet of Things, kunnen slimme omgevingen voortdurend van vorm en inrichting veranderen. Zo ook de slimme stad. Verkeersborden, stoeptegels en lantaarnpalen kunnen levend gemaakt worden. De reclamekreet “De stad leeft!” krijgt een nieuwe betekenis. Het herkennen en creëren van potentieel humoristische situaties wordt mogelijk. Humortheorie, in het bijzonder de ongerijmdheidstheorie, kan ons daarbij helpen. Zorg ervoor dat in onze steden de sensoren en actuatoren op scherp staan voor het creëren van potentieel humoristische en absurde situaties, die ingevuld kunnen worden door de inwoners.
 
De sensoren en actuatoren worden steeds intelligenter, of anders gezegd: ze gaan steeds meer van het werkelijke leven en ons gedrag afweten. We mogen dus verwachten dat ze niet enkel potentieel humoristische situaties creëren, in te vullen met menselijk gedrag, maar dat ze zelfstandig humor gaan genereren en mensen ‘slachtoffer’ laten worden van practical jokes. Ze kunnen mensen terecht laten komen in situaties die we kennen van funny home video’s, maar dan kunstmatig gecreëerd door onze slimme en van ongerijmde humor bewuste sensoren en actuatoren die ingebouwd zijn in de omgeving.
 
 

Anton Nijholt studeerde informatica in Delft, promoveerde in Amsterdam en vervolgde daarna zijn loopbaan als onderzoeker naar de manier waarop we computers kunnen leren om te gaan met mensen. Dat gebeurde aan een aantal verschillende universiteiten in Nederland en daarbuiten. Aan de Universiteit Twente stond hij aan de basis van de onderzoeksgroep Human Media Interaction. Een boek gewijd aan humor in computergames is in voorbereiding.