Slow Science: de trage universiteit

Binnen het hoger onderwijs en onderzoeksinstellingen vindt het idee van een ‘tragere’ onderzoekscultuur en een betere privé-werk balans meer en meer steun. De laatste decennia waren universiteiten en hogescholen steeds meer onderhevig aan een auditcultuur, waarbij resultaten meetbaar dienen te zijn en de tijd van onderzoekers en hoogleraren economisch en boekhoudkundig correct verantwoord moet worden. Efficiëntie, internationale competitie en het rangschikken van mensen op basis van publicatieindices en verworven middelen zijn daarin belangrijk. Grote financiering wordt vaak als voorwaarde gesteld voor het verkrijgen van een vaste aanstelling. Men kan zich in sommige universiteiten, met het binnen halen van geld voor de instelling, zelfs vrijkopen van onderwijs.

Onderzoek en onderwijs vereisen zeker hard werk, maar ook inspiratie en tijd. De mogelijkheid om te denken, schrijven en te schrappen is voor elke academicus essentieel. Uiteraard dient willekeur vermeden te worden en kan er niet teruggekeerd worden naar een tijd van academische dynastieën en uitverkoren assistenten. Maar het wantrouwen in de onderzoeker dat inherent is aan dit systeem van strikte controle, werkt verstikkend en leidt niet zelden tot stress, faalangst of zelfs burn-out en mentale problemen. Goede onderzoekers en docenten verlaten dan ook het universitaire systeem, terwijl velen zich al op voorhand laten afschrikken.

Met Slow Science is prestatie de norm, meer dan tijd. Een leven buiten werk is noodzakelijk, meer dan een leven van werk. Daarbij kan een verschillend profiel bestaan voor academici die meer onderwijsgericht of meer onderzoeksgericht zijn, en dit hoeft niet noodzakelijk met leeftijd of het tijdstip in de carrière samen te vallen (waarbij er nu vaak van uitgegaan wordt dat oudere professoren meer les geven). Het concept van de universiteit waar de docent-onderzoeker opnieuw tijd krijgt voor de primaire taken van onderwijs en nadenken, zonder al te overdreven publicatiedruk en niet-academische opdrachten, staat garant voor kwaliteit. Kwantiteit moet dan verzekerd worden door de middelen die in onderwijs en onderzoek gestopt worden. Terecht is het een doelstelling zoveel mogelijk jongeren een zo hoog mogelijke opleiding te geven. Dit moet de juiste opleiding voor de juiste student zijn. Met dezelfde (of een kleinere) financiering kan geen groter aantal studenten in het hoger onderwijs begeleid worden…

Slow Science is er al honderden jaren geweest. De heruitvinding ervan is dan ook een uitstekend idee. Vertrouwen in de academicus, een juiste sturing van studenten en een bescherming van middelen voor onderwijs en onderzoek zijn essentieel om traag maar goed denken mogelijk te maken.

 

Professor Patrick Degryse (1974) studeerde Geologie aan de KU Leuven (België), en promoveerde er in 2001 tot Doctor in de Wetenschappen. Hij is afdelingshoofd Geologie en doceert geologie, geochemie en natuurwetenschappen aan een breed gamma van studierichtingen. Zijn onderzoek spitst zich toe op de herkomststudie van minerale grondstoffen voor het maken van glas, keramiek en metalen, van de Oudheid tot nu.