Senexisme

In onze taal is er geen bondige term voor discriminatie van de oudere medemens. Dat is wel het geval in het Engels waar ageism een doeltreffend taalwapen is tegen ongelijke behandeling van ouderen. Naar verluidt is de term ageism eind jaren zestig van de vorige eeuw bedacht door psychiater en gerontoloog Robert Butler. Ageism betreft een combinatie van drie elementen: vooroordelen over ouderen en ouder worden; feitelijke discriminatie van ouderen; management en beleid die vooroordelen en discriminatie in stand houden.

Ik stel voor dat we senexisme gaan gebruiken als Nederlandstalige equivalent van ageism. Senex is de Latijnse term voor wijze oude man, en senexisme heeft het voordeel dat het de associatie met seksisme oproept, met alle strijdlustige connotaties van dien. Helaas is het Latijnse woord voor oude vrouw (anus) minder geschikt voor omzetting in een treffend taalwapen. Senexisme staat dan voor vooroordelen, praktijken en vormen van beleid die het gelijkwaardig functioneren van ouderen in de weg staan. Gelijkwaardigheid is daarbij vanzelfsprekend niet hetzelfde als gelijkheid. Van senexisme is sprake als ouderen ten onrechte ongelijk worden behandeld, rekening houdend met mogelijke fysieke en psychische beperkingen.

Waarom is de strijd tegen senexisme zo belangrijk? Virulent senexisme is mogelijk een vruchtbare voedingsbodem voor ouderenmishandeling. Er zijn nog geen deugdelijke prevalentiestudies naar ouderenmishandeling gedaan, maar de overheid schat dat jaarlijks ongeveer 200.000 ouderen boven de 65 jaar worden mishandeld door partners, familieleden of zorgverleners. Het hele scala aan typen mishandeling dat zich voordoet bij kindermishandeling komt voorbij: lichamelijke en psychische mishandeling, verwaarlozing, financiële uitbuiting, seksueel misbruik en andere schendingen van het recht op persoonlijke vrijheid en integriteit.

Senexisme staat ook een grotere deelname van ouderen aan de zorg en opvoeding van kinderen in de weg. Grootouders hebben in de meeste culturen van oudsher een flink aandeel in de opvoeding van hun kleinkinderen gehad, en evolutietheoretisch is er ook alle reden te veronderstellen dat dat voor de betrokkenen profijtelijk was (verhoging van inclusive fitness, het doorgeven van genetische bagage aan toekomstige generaties). Opvoeding door grootouders is een uitstekend alternatief voor bedrijfsmatige kinderopvang en kan de ouders broodnodige steun geven bij het vinden van een evenwicht tussen opvoeding, werk en vrije tijd. Bijkomend voordeel is dat de jongste generatie de oudste bij de tijd houdt.




Prof. dr. Marinus (Rien) H. van IJzendoorn is hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn onderzoek betreft gehechtheid over de levensloop. Hij ontving diverse prijzen waaronder de Spinozapremie en een eredoctoraat van de Universiteit van Haifa.