Rechtstreekse verkiezing van de ‘President van Europa’

Bij de eerstvolgende gelegenheid zouden alle Nederlanders, samen met alle andere burgers van de Europese Unie, rechtstreeks de volgende ‘President van Europa’ moeten kunnen kiezen.

Sinds 1 december 2009 kent de EU zo’n ‘hoogste baas’, die officieel wordt aangeduid als ‘voorzitter van de Europe-se Raad’. Per 1 januari 2014 bekleedt de Pool Donald Tusk dit ambt, als opvolger van Van Rompuy. Vanaf begin volgend jaar is Tusk de belangrijkste politieke figuur van de Unie, met als kerntaak het voorzitten van de periodieke vergaderingen van Europese staatshoofden en regeringsleiders.

Tot nog toe is het de praktijk geweest dat diezelfde staatshoofden en regeringsleiders om de vijf jaar een nieuwe ‘President van Europa’ aanwijzen. Deze opzet zorgt er mede voor dat burgers het gevoel blijven houden dat ze niets in de melk te brokkelen hebben, en er te weinig naar hun wensen geluisterd wordt (het roemruchte ‘democratisch deficit’). Hen de mogelijkheid geven om in een rechtstreekse verkiezing te bepalen wie deze prominente functie mag vervullen, zal een enorme versterking van de legitimiteit van de EU opleveren. De man of vrouw die de verkiezing wint, zal zelf eveneens over een stevig draagvlak beschikken, en daarmee effectief kunnen optreden als het gezicht van de Unie tegenover de buitenwereld.

Voor de realisering van dit idee bestaan geen juridische belemmeringen. Het is voldoende als er medio 2019 een gelijktijdige, pan-Europese volksstemming zou plaatsvinden. De staatshoofden en regeringsleiders kunnen direct daarna overgaan tot de benoeming van de persoon die door een meerderheid van de burgers verkozen is. Verder valt gemakkelijk het gevaar te relativeren dat er op deze manier machts-beluste populisten op het pluche terecht zullen komen, aan-gezien de reële bevoegdheden van de ‘President van Europa’ beperkt zijn. Het is eerder denkbaar dat er een persoon uit de bus komt die al over een sterk moreel en politiek gezag be-schikt. Het symbolische en samenbindende potentieel van de functie zou zo veel effectiever kunnen worden geëxploiteerd.

Er wordt al jaren vruchteloos gebakkeleid over het kunnen stemmen op Europarlementariërs uit andere landen. In 2014 hebben we een halfbakken ‘verkiezing’ meegemaakt van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, wiens naam in geen enkele lidstaat op de kieslijst stond. Het beste dat de EU kan overkomen, is een rechtstreeks verkozen president. De eerste twee bekleders van dit ambt werden nog op regenteske wijze aangewezen. De derde gelegenheid biedt voor Europa een kans op een grote democratische sprong voorwaarts, die niet onbenut zou mogen blijven.

 

Prof. dr. mr. Henri de Waele (Hengelo, 1979) studeerde Nederlands, Internationaal en Europees recht in Nijmegen, Leuven en Florence. Hij promoveerde in 2009 op een studie naar de rol van het Hof van Justitie in het Europese integratieproces. Momenteel is hij als hoogleraar Internationaal en Europees recht verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit Antwerpen.