Overal stroomt mijn oog

In de loop van de zomer maakte het Mondriaan Fonds bekend dat het werk van herman de vries (principieel zonder hoofdletters) de Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië 2015 zal worden. Uit een lijst van vijf ingediende voorstellen is de presentatie ‘to be all ways to be’ van beeldend kunstenaar herman de vries en de curatoren Colin Huizing en Cees de Boer gekozen. Het Rietveld-paviljoen zal worden gevuld met nieuw werk dat herman de vries op verlaten eilanden in de Venetiaanse lagune gaat maken.

Colin Huizing, conservator van het Stedelijk Museum Schiedam, stelde de overzichtstentoonstelling samen van het werk van herman de vries in Schiedam die op 20 september jongstleden werd geopend. Bij die gelegenheid werd het boek herman de vries. overal stroomt mijn oog van Cees de Boer (Zwolle: Uitgeverij de Kunst) gepresenteerd.

Cees de Boer studeerde Nederlands, literatuurwetenschap en filosofie en is gepromoveerd op de collageromans van Max Ernst. Hij volgt het werk van herman de vries sinds 1995.

Een van de grote lijnen in het oeuvre is die van de zogeheten ‘toevalsobjectiveringen’ naar de presentatie van toevalsprocessen uit de natuur. De natuuronderzoeker herman de vries is opgeleid als bioloog en heeft het principe van de ‘at random’-selectie een tijd lang tot fundament van zijn kunst gemaakt. Sinds het midden van de jaren zeventig wordt het concept van de natuur als kunst steeds nadrukkelijker leidraad. Door toevalsprocessen uit de natuur geselecteerde grassen, twijgen of bladeren presenteert hij als kunst. De Boer schrijft dat hij hiermee gebruik maakt van een van de belangrijkste middelen waar de moderne kunst over beschikt: het transformeren van materie in ervaring en bewustzijn.

Misschien het belangrijkst is het thema van de vergankelijkheid van schoonheid en de tijdelijkheid van het beeld dat wij in de natuur bewonderen: als abstractie kunnen wij de eeuwige transformatie van de natuur begrijpen en hanteren, terwijl we maar al te gemakkelijk vergeten dat ook wij natuur en dus sterfelijk zijn. Een begrip als ‘weergeven’ dat van oudsher thuishoort in een esthetica, krijgt in de kunsttheorie van herman de vries een nieuwe inhoud: het is alsof zijn werk de toeschouwers de natuur ‘terug geeft’. De ondertitel van de monografie overal stroomt mijn oog is ontleend aan de ‘lente-suite voor lilith’, een van de beroemdste vroege ge-dichten van Lucebert: ik ademhaal ik jaag het hippende licht/ knip knip/en overal overal stroomt stroomt mijn oog:/ rivier van fotografie. Waarneming, zien en ervaring worden op de voorgrond geplaatst.

 

Anja de Feijter is hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2013 publiceerde zij de ‘Introduction’ in deel I van de Collected Poems van Lucebert in de vertaling naar het Engels door Diane Butterman.