Ongeschikt / Geschikt voor het ouderschap

Het beste idee van 2014 was geen nieuw idee, maar werd wél in 2014 gerealiseerd. Tenminste, in Nederland. Per 1 juli 2014 trad de Wet Wijziging voorwaarden verandering juridisch geslacht in werking. Tot 1 juli moesten transvrouwen en transmannen zich laten steriliseren als ze de ‘m’ (van man) of de ‘v’ (van vrouw) in hun geboorteakte wilden laten vervangen door respectievelijk een ‘v’ of een ‘m’. Het moest vaststaan dat ze nooit meer kinderen zouden kunnen verwekken of baren.

Sterilisatie zonder instemming overkomt vooral vrouwen die ongeschikt worden geacht voor het ouderschap omdat ze een handicap hebben of omdat ze behoren tot een – niet graag geziene – etnische minderheidsgroep. Uit Oost-Europa zijn diverse gevallen bekend van Roma-vrouwen die na een keizersnee ontdekten dat ze geen kinderen meer konden krijgen. In mensenrechtelijke termen is hier sprake van schending van het recht op privé- en gezinsleven, van de menselijke waardigheid en van lichamelijke integriteit.

Soms stemmen mensen wel in met sterilisatie, maar is toch geen sprake van echte vrijwilligheid. Dat verschijnsel doet zich voor als, bijvoorbeeld in het kader van bevolkingspolitiek, mensen met financiële of andere middelen worden overgehaald om zich te laten steriliseren. Het gaat dan primair om aantallen en niet zozeer om wie de (potentiële) ouders zijn, maar het is aannemelijk dat vooral arme – en dus voor het ouderschap minder geschikte? – mensen door dergelijke douceurtjes in verleiding worden gebracht.

De nu verdwenen sterilisatie-eis voor transgenders is eigenlijk een combinatie van deze twee: er was geen sprake van dwang: zij konden immers kiezen tussen steriliseren of vruchtbaar voortleven met het oude juridisch geslacht op hun paspoort. Maar de reden voor de sterilisatie-eis lijkt verdacht veel op het ongeschiktheidsmotief: de wetgever destijds wilde voorkomen dat ‘kinderen geboren zouden worden uit of verwekt zouden worden door ouders die een juridisch geslacht hebben dat tegengesteld is aan hun biologisch geslacht’. En zo werden alle (trans)vrouwen die als kind bestempeld waren als man en (trans)mannen die officieel als vrouw te boek stonden, ongeschikt verklaard voor het ouderschap. Dat is net zo goed een schending van het recht op privé- en gezinsleven, van de menselijke waardigheid en de lichamelijke integriteit. Maar in 2014 is aan die mensenrechtenschending een einde gekomen. Dat betekent dat de wetgever van nu transen wèl geschikt acht voor het ouderschap. Een superidee!

 

 

 

 

Marjolein van den Brink is als universitair docent verbonden aan het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM) van de Universiteit Utrecht en aangesloten bij het Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF). Tussen 2000 en 2009 was zij lid van de Commissie Gelijke Behandeling (nu: College voor de Rechten van de Mens). Haar onderzoek richt zich op vraagstukken van gelijkheid, diversiteit en mensenrechten.