Nieuwe methode om leverziekte vast te stellen en te behandelen

Leverziekte is momenteel de vijfde belangrijkste doodsoorzaak op wereldniveau. Binnen Europa betekent dit concreet dat er jaarlijks zo’n 70.000 mensen sterven als gevolg van chronische leverziekte. De ziekte brengt bovendien een behoorlijke economische last met zich mee; maandelijks zo’n 645 euro per patiënt. Daarnaast verliezen familie en hulpverleners gemiddeld een volledige werkdag per maand aan de ondersteuning van de leverpatiënt in kwestie, hetgeen dus een belangrijke indirecte  economische kostenpost is.
De klinische diagnose van leverziekte gebeurt routinematig door het meten van bepaalde eiwitten in het bloed. Dit laat echter veelal geen eenduidige evaluatie van het type leverziekte toe. Meer specifieke diagnose kan bewerkstelligd worden door analyse van een stukje leverweefsel dat chirurgisch wordt weggenomen. Deze procedure is niet zonder gevaar en wordt daarom vaak vermeden.
Tot op heden bestaan er tevens geen efficiënte behandelingsmethoden voor leverziektes. De huidige klinische therapieën berusten voornamelijk op het tegengaan van de symptomen van leverziekte en niet op het aanpakken van de eigenlijke oorzaken. In levensbedreigende situaties wordt meestal overgegaan tot levertransplantatie, waarvan er in Europa jaarlijks ruim 5.000 worden uitgevoerd. Het is echter een bekend probleem dat levers voor transplantatie zeer schaars zijn. Er is dus vanuit klinisch maar eveneens vanuit economisch standpunt een duidelijke behoefte aan nieuwe methoden om leverziekte vast te stellen en te behandelen.
Voor wat betreft dat laatste is een veelbelovende strategie het remmen van zogenaamde connexine hemikanalen en pannexine kanalen. Dit zijn poriën die cellen verbinden met hun omgeving, waarlangs bepaalde chemische stoffen uitgewisseld kunnen worden. Recent internationaal wetenschappelijk
onderzoek heeft aangetoond dat deze kanalen zich specifiek openstellen tijdens de ziekte en daardoor schadelijke processen zoals celdood en ontstekingsreacties ondersteunen. Bovendien gaat de ziekte vaak gepaard met drastische veranderingen in de productie van de bouwstenen van deze connexine hemikanalen en pannexine kanalen. Deze kennis kan dan mogelijk de basis vormen voor nieuwe methoden ter diagnose van leverziekte.
Deze innovatieve wetenschappelijke concepten worden thans getoetst in een onderzoeksproject dat uitgevoerd wordt binnen de Vrije Universiteit Brussel en dat financieel ondersteund wordt door de ‘European Research Council’.
Hierbij gaat de aandacht uit naar zowel acute als chronische leverziekten en worden stoffen ontwikkeld en getest die specifiek connexine hemikanalen en pannexine kanalen doen sluiten. Bovendien wordt nagegaan of de veranderingen in de bouwstenen van deze kanalen in het leverweefsel in geval van ziekte ook meetbaar zijn in het bloed. Dit is een veiliger en specifieker alternatief voor leverbiopsie.
 
 
 
Mathieu Vinken is apotheker, doctor in de farmaceutische wetenschappen, Europees geregistreerd toxicoloog en veiligheidsevaluator van chemische stoffen. Hij is thans ‘tenure track’ professor aan de Vrije Universiteit Brussel en ‘visiting’ professor aan de Universiteit van São Paulo. Hij doet onderzoek naar de rol van cellulaire communicatie in leverziekte en is auteur van een honderdtal onderzoekspublicaties in internationale wetenschappelijke tijdschriften en boeken.