Mijn beste idee is geen goed idee

Ik heb een idee. Het is geen positief idee en ook geen geheel nieuw idee. Maar soms duurt het even voordat een idee landt, althans bij mij. Zo had ik het afgelopen jaar opeens mijn eureka-moment, al bracht dit moment van helderheid mij geen positief inzicht.

Het is een idee van het type één en één is twee.

Het eerste idee is het idee dat de mens op termijn een enorme uitbreiding van zijn hersencapaciteit zal ondergaan. De laptop die nu nog voor hem staat, zit dan in zijn hoofd. Google Glass zit niet meer op zijn neus, maar op zijn netvlies. E-mails verstuurt hij door te knipperen met een ooglid, zonder dat zijn hoofd er daardoor wanstaltig uit zal zien of dat hij uitgerust zal zijn met allerlei zichtbare bedrading. Dankzij steeds verdergaande miniaturisering en de vervanging van de huidige hardware door lichaamseigen materiaal zullen we weinig van die verandering zien. Intussen zijn de geheugen-en hersencapaciteit van de mens dan zodanig uitgebreid dat de mens die nu nog rondloopt tegen die tijd tentoongesteld kan worden als een lagere diersoort, als de evolutionaire opstap van mens naar supermens. We weten niet hoe lang dit proces gaat duren, maar als onze beschaving niet ernstig wordt teruggeslagen in ontwikkeling, gaat dit gebeuren. Het is een uitbreiding met allerlei ingrepen in en aan het lichaam die nu al tot een verbetering van de menselijke mogelijkheden leiden. Een blade runner loopt bijvoorbeeld harder dan een mens met volledige benen.

Het tweede idee werd mij aangereikt in de discussies rond NSA-klokkenluider Edward Snowden en de herziening van de Wet op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarin gebruikten overheden het argument dat zulke diensten in beginsel alles zouden moeten mogen en kunnen wat technologisch mogelijk is. Anders zouden die diensten ‘horende doof en ziende blind’ worden. Het deed mij denken aan een eerdere herziening van de wet, toen werd gezegd dat, aangezien diensten nu e-mailverkeer konden lezen, zij ook het briefgeheim moesten kunnen schenden.

Voelt u aankomen wat de derde stap uit de vergelijking is? Omdat inlichtingen- en veiligheidsdiensten nu uw computer kunnen uitlezen, mogen ze straks ook uw hersens scannen en uw gedachten lezen. En dat gekoppeld aan een ontwikkeling waarin veiligheidsinstanties zich steeds meer bezighouden met intenties van mensen in plaats van hun feitelijke handelen, is dit een beangstigend idee, dat mij niet loslaat.

 

 

 

Bob de Graaff is hoogleraar inlichtingen- en veiligheidsstudies aan de Universiteit Utrecht en de Nederlandse Defensieacademie te Breda. Hij studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam. Hij was eerder werkzaam aan de VU, de Erasmus Universiteit Rotterdam, het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.