Meer vensters op de middeleeuwen

Middeleeuwse boeken dateren van vóór de drukkunst en werden met de hand gemaakt. Dit betekent dat elk exemplaar letterlijk uniek is: er bestaat geen tweede van. Terwijl de gedrukte tekst met duizend broertjes het levenslicht zag, is het middeleeuwse boek een eenling dat voor één bepaalde lezer werd aangelegd. Deze vertelde de boekenmaker precies wat voor kenmerken het object moest krijgen, bijvoorbeeld welke dimensies en opmaak, maar ook of er hoofdstuktitels en paginering moest komen. Als wij vandaag de dag zo’n handgeschreven boek bestuderen dan kijken we dus eigenlijk naar een gefossiliseerd lijstje voorkeuren van een lezer die al zo’n duizend jaar dood is. Voor de boekhistoricus verwordt de tastbare bladzijde tot een venster op de middeleeuwen.

Je zou zeggen dat met al die open vensters de middeleeuwse wereld voor ons openlag als Scheveningen in het Panorama Mesdag. Niets blijkt minder waar. Met de boekdrukkunst kwam ook de stelselmatige vernietiging van ouderwets geworden manuscripten. Vooral boekbinders in de vroegmoderne tijd blonken daar in uit: stelselmatig versneden zij perkamenten boeken om de losgekomen bladzijden vervolgens ter versteviging aan de binnenzijde van de boekband te plakken. Op dit moment zijn er letterlijk duizenden restanten van manuscripten verborgen achter het leer van oude boekbanden: VIP verstekelingen nét buiten bereik van de wetenschap. Hoe kunnen we toegang verkrijgen tot deze middeleeuwse bibliotheek zonder deuren?

Het antwoord op deze vraag komen we tegen op Schiphol: Full Body Scanners. Sinds 2010 is er op vliegvelden een nieuwe generatie van deze apparaten te vinden. Met trots werd aangekondigd dat de scanners barcodes op objecten konden inlezen door het leer van een tas heen. Het ligt voor de hand deze (voor organisch materiaal veilige) techniek in te zetten voor boekhistorisch onderzoek. Het is alsof je een bladzijde op een flatbed-scanner legt: onder het leer van de boekband bevindt zich steeds een enkele bladzijde, die door zijn positie bovendien perfect plat wordt aangeboden. De tekst springt van het blad dankzij het ijzer in de middeleeuwse galnoteninkt.

Er bestaan misschien zelfs efficiëntere technieken om door leer te kijken, doch de crux van mijn idee – waarvan ik de haalbaarheid binnenkort hoop uit te testen – blijft gelijk: dit stelselmatig te doen bij de boekbanden van de tienduizenden vroegmoderne boeken die in de Nederlandse bibliotheken worden bewaard. We zouden niet alleen vroegere getuigen van bekende teksten vinden (misschien nóg oudere kopieën van de Bijbel), maar bovendien hebben incidentele vondsten uitgewezen dat er ook onbekende werken boven water komen. Door verborgen bladzijden een tweede leven te schenken krijgen we toegang tot nooit bestudeerde bronnen en maximaliseren we onze kennis van de middeleeuwen.



 

Erik Kwakkel is als boekhistoricus verbonden aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden. Hij publiceert over de relatie tussen de vorm en functie van het middeleeuwse boek en blogt over zijn onderzoek op http://medievalbooks.nl