Leren van de natuur

Niets menselijks is een bacterie vreemd, zoveel wordt duidelijk naarmate we door technologische ontwikkelingen steeds beter naar die kleine wezens kunnen kijken. Er zijn fraaie parallellen te trekken tussen menselijk – economisch – handelen en dat van micro-organismen. Economische speltheorie blijkt behulpzaam om biologisch gedrag te verklaren; laten we omgekeerd leren van de natuur en ons realiseren dat (micro)organismen miljoenen jaren de tijd hebben gehad om alle fouten te maken die wij misschien niet willen maken.

Wat moet je bijvoorbeeld doen als de toekomst ongewis is en er een arsenaal aan gevaren is, maar er ook kansen op groei zijn? Bacteriën spreiden hun risico’s, zo blijkt. Een bacteriecultuur bestaat al gauw uit duizenden tot miljoenen cellen, en de laatste jaren zijn we in staat om met geavanceerde microscopie individuele cellen in zo’n cultuur te karakteriseren: het blijkt dat iedere cel net iets anders is. Die variatie hangt van toeval af: zelfs genetisch identieke cellen, in exact dezelfde omgeving, verschillen van elkaar: de ene cel groeit net iets harder dan de andere, terwijl de langzaam groeiende weer net iets beter tegen stress of antibiotica kan. Met zovele bacteriën en met voldoende variatie weet je dan bijna zeker dat bij iedere toekomstige scenario er wel een aantal fitte klonen van je zijn. Naast nature (genen) en nurture (omstandigheden), speelt geluk en domme pech dus een belangrijke rol in het leven van een individuele bacterie.

En als het echt langdurig crisis is? Bacteriën blijken te gaan innoveren door te zorgen voor grotere genetische variatie. En crisis lijkt onafwendbaar: zo weet iedere (micro)bioloog dat continue groei leidt tot uitputting van het groeimedium. Ook economen beginnen door te krijgen dat het model van continue consumptieve groei waanzin is: het is een desastreuze strategie waar het eigenbelang het wint van het gemeenschapsbelang. Dit fenomeen staat bekend als de Tragedy of the Commons – en is verklaarbaar met speltheorie.

Stabiele ecologische systemen worden gekarakteriseerd door uiteindelijk gesloten kringlopen van de elementen. Maar bij gesloten kringlopen is er in de biologie wel degelijk continue groei: noem het de kwaliteit van leven. Met competitie als drijfveer kneedt en slijpt de evolutie eindeloos, zodat alleen de fitste en meest robuuste systemen overblijven. Laten we déze groei als norm nemen in de economie: een fitte, robuuste economie gevormd door constante innovatie en competitie, met winnaars en verliezers, met geluk en pech, maar onder de voorwaarde van duurzaamheid en diversiteit. Dat is wat die prachtige natuur ons leert!




Bas Teusink is hoogleraar systeembiologie en integratieve bio-informatica aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Na een doctoraal in scheikunde is hij in 1999 gepromoveerd in biochemie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is geïnteresseerd in de ‘ontwerp’-principes van moleculaire biologische netwerken, met name van de stofwisseling. Hiervoor wordt onder andere evolutie in het lab nagebootst en optimaal gedrag met computermodellen voorspeld.