Innovatie in transition

Valorisatie van kennis, innovatie… Het doel is heel nobel om onze samenleving zowel economisch als sociaal een betere toekomst te garanderen. Toch blijven het soms kreten in de woestijn. Is innovatie net als science toe aan een transition?

Het zal niemand ontgaan zijn dat er een ommekeer is in de onderzoekswereld. Het onderzoek is niet langer beperkt tot het doorgronden van de natuur en de samenleving, tot het zoeken naar waarheid en causaliteit. Nieuwsgierige natuurwetenschappers stapelen atomen op manieren die in de natuur niet voorkomen en ontwerpen zo materialen met ongekende eigenschappen. De informatica kijkt met een dynamische blik naar grote gegevensbestanden en legt verbanden die het doorgronden van oorzaak en gevolg ruim overschrijden. Wetenschap bevindt zich steeds vaker op het snijvlak tussen begrijpen en creëren.

Als je het relatieve belang van fundamenteel, toegepast of maatschappijgericht onderzoek onder het voetlicht brengt, valt het me op dat de discussie meteen voor- en tegenstanders oplevert. Die polarisatie ontstaat als mensen zich niet erkend weten in hun eigenheid. Dat is logisch want het gaat om verschillende types van nieuwsgierige mensen. Het ene type wordt gedreven door een hang naar begrijpen, naar het vergroten en doorgronden van de kennisbasis, het andere type door verder te bouwen op die kennis en het vinden van oplossingen, door te ontwerpen en te creëren – gedreven door een maatschappijgericht vooruitdenken en de wil om een impact te hebben. Het Europees instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) sluit aan op dit gedachtegoed en beklemtoont de noodzaak voor kruisbestuiving in de kennisdriehoek van onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven.

Laten we dus niet polariseren want kennis vloeit in een samenwerking van mensen die naar eenzelfde onderzoeksvraag kijken vanuit diverse invalshoeken. Allen zijn ze nodig in de waardeketen, of beter nog: in het web van kennis dat tot innovatie leidt. We moeten daarom aandacht hebben voor de samenhang der dingen: voor nieuwsgierigheid én verbeeldingskracht, voor begrijpen én ontwerpen. Niet alleen individueel maar ook collectief.

Laten we dus niet voorbijgaan aan de eigen gedrevenheid van elke onderzoeker en voorzichtig omgaan met het cijfermatig objectiveren van doelstellingen. Dit laatste wordt immers vaak de dienstbode van de controle en legt dan een beslag op creativiteit en gaat voorbij aan de diversiteit die we beogen. In combinatie met een niet evenwichtige toelevering van middelen heeft dit tot gevolg dat het noodzakelijke onderscheid tussen verschillende types onderzoekers weg wordt gemaaid. Om tot innovatie te komen moet het net andersom: door de gedrevenheid te erkennen en te waarderen in haar verschil en door samenwerking te stimuleren. Op die manier kan kennisgedreven innovatie aansluiten bij de samenhang der dingen die het ‘ecosysteem’ van de samenleving zelf is. Pas dan vindt innovatie plaats in een kruisbestuiving van toepassingen en – in het huidige tijdsgewricht – van maatschappelijke uitdagingen die onze samenleving kent.

 

 

 

Karen Maex is hoogleraar en decaan van de Faculteit voor Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) van de Universiteit van Amsterdam en van de Faculteiten Exacte Wetenschappen (FEW) en Aard- en Levenswetenschappen (FALW) van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze was van 2008-2014 bestuurder van het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT).