‘Ik weet waarom de gekooide vogel zingt’

I know why the Caged Bird Sings (1969) is de geweldige titel die deel uitmaakt van de zevendelige literaire autobiografie van Maya Angelou. Zij is een bekende Afro-Amerikaanse schrijfster die overleed op 28 mei 2014. In haar werk stelde Angelou de conventies van het autobiografische genre ter discussie. Ze paste deze conventies aan aan de ervaringen van Afro-Amerikanen, vooral Afro-Amerikaanse vrouwen, die tot dan toe vrijwel onbeschreven waren in de Amerikaanse literatuur. Het literaire engagement van Angelou past zo binnen de bredere Amerikaanse context van de jaren ‘60, waarin de positie van Afro-Amerikanen als tweederangsburgers door de Civil Rights Movement werd aangevochten. Angelou toont aan hoe literatuur, precies omwille van haar specifieke vorm, een leverancier kan zijn van nieuwe zienswijzen en onderbelichte waardesystemen, een krachtig instrument waarmee we sociale verhoudingen opnieuw kunnen verbeelden.

Anno 2014 is de strijd tegen raciale ongelijkheid nog niet beëindigd. Dit bewees onder andere de dood van de ongewapende Afro-Amerikaanse tiener Michael Brown door een lid van de politie in Ferguson, Missouri in augustus 2014, en de golf van verontwaardiging, sociale onrust en protest die daarop volgde.

Maar tegelijkertijd is de samenlevingsstructuur radicaal veranderd, samen met de reikwijdte van het sociale protest. We leven in een tijdsgewricht van groeiende neoliberalisering, die gepaard gaat met open grenzen voor goederen en kapitaal, de afbouw van de sociale staat, druk op de lonen, de opgang van multinationals en de groeiende concentratie van welvaart. Steeds meer mensen worden quasi tweederangsburgers, ze worden ‘genegerd’. Dit laatste opperde de postkoloniale denker Achille Mbembe in zijn lezing ‘The world is catching up with Africa, not the other way around’, georga-niseerd door de KVS in Brussel in maart 2014. Mbembe wees erop dat het denkbeeld en de realiteit van ‘de neger’ – als object, als eigendom – een uitvinding is van het kapitalisme in de vijftiende eeuw.

De huidige sociale ongelijkheden ten gevolge van de mondiale neoliberalisering geven aanleiding voor een groeiend internationaal protest – de Arabische lente, de Indignados, de Occupybeweging, de protesten in Brazilië in 2013 en 2014. In haar lezing op het WoWmen! festival, georganiseerd door het Kaaitheater afgelopen maart 2014, plaatste ook de Turkse sociologe en activiste Begüm O. Firat de bezetting van het Gezi-park en de daaropvolgende sociale onrust in Turkije in deze mondiale context.

Het protest voltrekt zich in dit ‘tijdperk van het activisme’ van onderuit en met een uitgesproken creatieve energie. Want ook vandaag weten velen waarom gekooide vogels zingen. Aan nieuwe geuzennamen is dus alvast geen gebrek: De 99 procent. De multitudes. De nieuwe meerderheid. Intussen is ook de zoektocht in volle gang naar splinternieuwe woorden die een wereld-in-wording geschoeid op mensenmaat beschrijven. Het geefplein. De deeleconomie. De trage wetenschap. Minister van Burgerparticipatie. Dewereldmorgen. Ringland. Wildbreien. Guerrilla tuinieren. De stad is van ons. Het valt af te wachten hoe dit gezang, dit creatieve verlangen naar sociale verandering, verder zal uitgroeien van onderuit. En of de verbeeldingskracht van nu zal kunnen beklijven, net als die van Maya Angelou, bijvoorbeeld in het gedicht ‘Still I rise’:

 

Out of the huts of history’s shame
I rise
Up from a past that’s rooted in pain
I rise
I’m a black ocean, leaping and wide,
Welling and swelling I bear in the tide.

 

 

Sarah De Mul is Universitair Hoofddocent Letterkunde aan de Open Universiteit Nederland en bestuurslid van PEN Vlaanderen. Haar huidige onderzoek spitst zich toe op Europese (koloniale) literatuur over Afrika/Congo en literatuur in de context van de multiculturele samenleving. Ze ontving hiervoor de wetenschappelijke prijs 2014, uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Meer info: http://sarahdemul.wordpress.com/.