Hoe stof zoveel stof kan doen opwaaien

Voor mij was 2014 het jaar van de BICEP2-persconferentie op 17 maart. Astronomen maken steeds betere foto’s van hoe het heelal er zo’n 400.000 jaar na de oerknal uitzag. Het zijn de eerste babykiekjes van het heelal zoals die vaak in kranten en tijdschriften staan. Op 17 maart meldden vertegenwoordigers van het BICEP2-experiment met grote trots dat ze op die plaatjes vingerafdrukken van rimpels in de ruimte hadden ontdekt. Deze rimpels in de ruimte waren al door Einsteins theorie van de zwaartekracht voorspeld, maar nog nooit direct waargenomen.

Als de interpretatie van de BICEP2-groep zou kloppen, dan zou dat een bevestiging betekenen van het idee van `inflatie’, jaren geleden voorgesteld door Alan Guth en Andrei Linde, onder andere om te verklaren hoe het komt dat ons heelal er in alle richtingen ongeveer hetzelfde uitziet. Inflatie is gebaseerd op het idee dat het heelal in een korte periode enorm uitdijt: als een ballon die heel snel wordt opgeblazen. De eerste reacties op de persconferentie waren laaiend enthousiast; de Nobelprijs leek Guth en Linde niet meer te kunnen ontgaan. Het YouTube-filmpje waarin Linde het goede nieuws wordt meegedeeld, was meteen een enorme hit: wetenschappelijke doorbraken worden anno 2014 niet meer via preprints verspreid, maar via Twitter, Facebook en De Wereld Draait Door.

Groot was dan ook de verwarring toen bleek dat de zaken toch wat genuanceerder lagen. De vergelijking met een detectiveroman dringt zich hier op: er was een vingerafdruk gevonden, maar wie was de dader? Waren het de rimpels van de ruimte kort na de oerknal, een kosmische dader uit de kraamtijd van het heelal? Of was de vingerafdruk afkomstig van stof in ons melkwegstelsel, een ordinaire boef die niets universeels of kosmisch heeft? Of lag het nog ingewikkelder en ging het om verschillende vingerafdrukken van diverse daders?

In september 2014 maakte het concurrerende PLANCK-experiment de dader bekend: stof in ons melkwegstel. Alle commotie loste op als dust in the wind. Dat is niet zo erg. Wat blijft hangen is het idee dat we door om ons heen te kijken steeds meer sporen ontdekken van de kraamtijd van het heelal, en ooit misschien zelfs een spoor van de geboorte vinden. En wat de Nobelprijs betreft, er zijn helemaal geen rimpels in de ruimte voor nodig om die prijs eindelijk eens toe te kennen voor het idee van inflatie. Stof tot nadenken voor het Nobelcomité!

 

 

 

Eric Bergshoeff (1955) is Willem de Sitter Chair in de Theoretische Natuurkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is één van de ontdekkers van de `supermembraan’, een uitbreiding van de snaartheorie, die de pretentie heeft het probleem van de kwantumzwaartekracht op te lossen. In 2010 werd Bergshoeff door de KNAW benoemd tot `Akademiehoogleraar’.