Hightech landbouw: nodig en uitnodigend

Robotisering is in de landbouw een veelbesproken onderwerp. Dat is begrijpelijk want robottechniek, en in het algemeen geautomatiseerd intelligent gebruik van data en sensoren, wordt steeds meer gemeengoed. Net zoals in eerdere stadia van technische ontwikkeling worden er ook nu vragen opgeworpen over de wenselijkheid van de snel accelererende ontwikkeling. Waar blijft de menselijke factor, bijvoorbeeld. Niet lang geleden uitte minister Asscher nog zijn zorg over de gevolgen voor de werkgelegenheid.
In de land- en tuinbouw bestaan zulke zorgen ook. De schaalvergroting van de afgelopen halve eeuw heeft veel consumenten in rijke landen op zoek doen gaan naar lokale, overzichtelijke en ambachtelijke productie. Dan is het niet welkom als een nieuwe technische ontwikkelingsgolf de zoveelste terugtrekkende beweging van arbeid lijkt aan te kondigen. Ook boeren en tuinders, meestal gretig om nieuwe technische mogelijkheden toe te passen, hebben bedenkingen. Hightech landbouw vraagt om het opnemen en verwerken van enorme hoeveelheden bedrijfsdata, die bijna onvermijdelijk worden gedeeld met toeleveranciers, afnemers en dienstverleners. Dat brengt vragen mee over privacy en over het eigendom van de betreffende data.
Toch zou het zonde zijn om de invloed van de nieuwe technologische ontwikkelingen op de agrarische productie te beperken of in te dammen – als dat al zou kunnen. Daarvoor zijn de beloftes te groot en de te verwachten voordelen te belangrijk. Bovendien blijkt bij nadere studie een aantal bedenkingen geen stand te houden.
In de landbouw heeft weliswaar de toepassing van gps-systemen een hoge vlucht genomen, maar robotisering is er minder snel op gang gekomen dan elders. Dat is niet gek als je bedenkt dat in de agrarische productie altijd om variabele, niet-uniforme processen gaat. Een oogstrijpe paprika hangt nooit op dezelfde plek, de uier van ene koe lijkt niet op die van de andere en de grond in de ene hoek van een akker is anders samengesteld en vochtiger dan de andere. Gaat het over hightech landbouw, dan betekent dat hier dus techniek waarbij niet alleen menselijk handelen wordt vervangen maar vooral een interactief stukje daarvan: waarnemen, conclusies trekken en daarop de volgende actie ondernemen. Smart sensing and operation heet het vakgebied aan Wageningen UR: precies dat deel dat door de mechaniseringsgolf van de laatste anderhalve eeuw nog ongemoeid was gelaten. Een spuitmachine maakt geen onderscheid tussen de stukjes van het perceel waar onkruid wel en niet opkomt. In de melkstal kan je wel automatisch voer doseren, maar de gegevens waarmee dat gebeurt moet je eerst zelf inbrengen in het systeem. Juist op dit gebied liggen nu mogelijkheden in het verschiet die zowel productief als maatschappelijk aantrekkelijk zijn.
Robottechniek bespaart natuurlijk arbeid, al is het niet op de schaal die we van vroeger kennen. Een maaidorser neemt het werk van tientallen handmaaiers over – een robot dat van, laten we zeggen, één medewerker. Toch is die arbeidsbesparing meer dan welkom in een sector die structureel met afnemende arbeidsparticipatie te maken heeft. Niet alleen in Nederland, maar in alle landen waar de welvaart toeneemt trekken de werknemers weg van het platteland. Daar komt bij dat de robot vaak niet zo zeer zorgt dat één boer meer kan produceren, maar eerder dat hij tijd overhoudt voor de meer complexe managementtaken die hij niet aan een robot kan overlaten, of om niet te werken. De inmiddels behoorlijk in de praktijk doorgedrongen melkrobot is daar een voorbeeld van.
Moderne technologie kan weliswaar nog niet zo goed beslissen als de boer of tuinder, maar hij kan op veel gebieden wel beter waarnemen. Als een varken drie uur lang niet bij de voerbak is geweest of een licht verhoogde hartslag toont, ontgaat dat de boer makkelijk maar de nieuwe sensoren niet. Wageningen UR onderzoekt op dit moment manieren om zulke informatie om te zetten in praktische managementbeslissingen. Steekt er een ziekte de kop op in het gewas dan kunnen geurwaarnemingen veel vroeger dan de mens vaststellen waar dat gebeurt – zodat gewasbeschermingsmiddelen zeer selectief kunnen worden toegepast.
Robot- en sensortechniek leiden zo niet alleen tot een betere productie maar ook tot voordelen in de sfeer van duurzaamheid en zelfs landschappelijke waarden. Robots die onkruid van het productiegewas kunnen onderscheiden, brengen aanzienlijke besparing op middelen mee. Robots die het ene van het andere gewas kunnen onderscheiden, maken intercropping mogelijk, waarbij gewassen die een positieve invloed hebben op elkaars gezondheid dooreen worden gezaaid en geoogst. Wat verder weg, maar toch al binnen onze onderzoekhorizon, ligt de mogelijkheid om verschillende patches in de akker met verschillende gewassen in te zaaien, al naar gelang de door de robot waargenomen omstandigheden zoals bodemstructuur en vochtigheid. Dat is een mooi voorbeeld van schaalverkleining die door hightech mogelijk wordt gemaakt, en niet het enige. Zo bestaan er al trekkers die met robot- en gms-besturing elke vierkante meter van de akker kunnen bedienen, en die kleiner kunnen zijn omdat ze niet meer de kosten van hun bestuurder hoeven te dragen. Dat betekent ook winst voor de bodemstructuur.
Deze en soortgelijke ontwikkelingen zijn deels al in de praktijk geworteld, maar voor een groter deel nog onderwerp van onderzoek en ontwikkeling.
Wageningen UR (University and Research centre) steekt daar samen met het betrokken bedrijfsleven veel tijd in. Wanneer daarbij gepaste aandacht bestaat voor de wensen van boeren en consumenten op het gebied van databeheer en privacy is dat goed bestede tijd. Zowel arbeidsproductiviteit als duurzaamheid zijn ermee gediend, en dat is welkom in een tijd waarin de landbouw voor de opgave staat om een snel groeiende wereldbevolking te voeden met minder mensen en een kleinere voetafdruk.

 

Wageningen UR (University and Research centre).