Het Nieuwe Nut

Ongemerkt is er de afgelopen jaren een steeds groter deel van het besteedbare inkomen van de bankrekening automatisch afgeboekt voor diensten en producten waar je als moderne burger of bedrijf niet buiten kunt. We kenden al langer de vaste lasten voor water, licht, elektriciteit en gas. Er zijn echter veel meer vaste lasten bijgekomen, die zich niet als een ‘nut’ presenteren, maar als een product of dienst waar je als consument voor kiest. Denk hierbij aan kosten voor een internet-abonnement, kabel-TV, mobiele telefonie en de (meerjarige) abonnementen, energiepakketten, energie-infrastructuur, kosten voor updates van reeds aangeschafte software, onderhoudskosten en de toegenomen lokale belastingen voor afval en reiniging, als ook de bijgekomen belastingen die verbonden zijn met de aanschaf van producten, zoals de belasting voor afvalverwijdering, recycling en dergelijke.

Tegelijkertijd is het beroep op de individuele burger toegenomen om beter voor zijn of haar eigen toekomst te zorgen. Ouders die nu hun kinderen een goede opleiding willen meegeven, zullen veel dieper in de buidel moeten tasten dan tien of twintig jaar geleden. De studiekosten, het levensonderhoud van jonge mensen en de kosten voor huisvesting zijn sterk toegenomen. Ondertussen is de ondersteuning door de staat om te investeren in een kennisintensieve samenleving afgenomen.

Op het gebied van zorg zien we hetzelfde fenomeen. Was er vroeger een verschil tussen ziekenfonds en particulier, nu betaalt iedereen een veel hoger bedrag per persoon voor de ziektekostenverzekering dan een ‘particuliere’ patiënt van vroeger ooit voor mogelijk gehouden zou hebben. Ook is het eigen risico verhoogd, zodat de drempel om gebruik te maken van de ziektekostenverzekering enorm verhoogd is. Ook hier zien we dat het frame waarin zich deze veranderingen voltrokken doorspekt is van ‘vrije keuze’ en concurrentie van marktpartijen. Feitelijk is er weinig vrije keuze, lijken de mees-te verzekeraars op elkaar en zijn alleen de individuele bijdra-gen enorm omhoog gegaan.

Voor ouderen leek vroeger een plekje in het bejaardenhuis een normaal eindstation, maar dat zal voor steeds minder ouderen van nu gelden. Langer thuis wonen met ondersteuning van mantelzorgers drukt de kosten, maar leidt tot meer uitgaven en minder inkomsten van familieleden die de oudere verzorgen. Wil je je ouders toch een mooi verzorgde oudedag bezorgen, dan is een residentie met verzorging een optie, maar alleen voor wie het kan betalen.

Kijken we naar de verantwoordelijkheid die bij burgers gelegd worden om te zorgen voor de oude dag, dan zien we dat vooral de jongere generaties meer te verliezen dan te winnen hebben bij het afdragen van hoge pensioenpremies, terwijl de oudere generaties met relatief weinig inleg zich hebben kunnen verzekeren van een relatief hoge uitbetaling over veel meer jaren na de pensioengerechtigde leeftijd. Jongere generaties zullen ten eerste niet meer zo lang vast bij een bedrijf of organisatie werken, zullen vaker jobhoppen of een periode zelfstandig zijn. Dit betekent dat er voor een onbezorgde oude dag geld opzij gelegd moet worden.

Dus: terwijl we denken weinig feitelijk besteed te hebben, gaat er ongemerkt steeds meer uit de portemonnee of maandelijks af van de bankrekening. Het gevolg is dat er steeds minder overblijft voor andere consumptieve zaken, van woninginrichting tot vakanties, van kleding tot onderhoud van de woning, laat staan voor het sparen voor de aanschaf van een eigen huis.

De vraag is of dat wenselijk is. Maar belangrijker is de vraag of al deze uitgaven die als vanzelf tot vaste lasten gerekend zijn gaan worden, niet moeten aansporen tot het herover-wegen van wat NUT is en wat werkelijk een eigen keuze. Als er meer van bovenstaande uitgaven tot Het Nieuwe Nut ge-rekend kunnen worden, zal er naar de winstoogmerken van de aanbieders gekeken moeten worden. Dat zal met name gelden voor de aanbieders van internet, mobiele telefonie, software, maar zeker ook voor energie-aanbieders, wateraan-bieders en de leveranciers van infrastructuur. Willen we als kennisintensieve maatschappij duurzaam omgaan met voor-zieningen van water, energie en ziektekosten, oudedagvoor-zieningen en kwalitatief hoog onderwijs, dan is een andere winstberekening noodzakelijk. Wie maandelijks een vast be-drag weet te toucheren voor diensten die iedere burger nodig heeft, heeft weinig ondernemingsrisico en kan met een lagere winst toe. Bovendien zullen al deze diensten steeds vaker ge-bruik maken van big data die feitelijk gaan over het dagelijkse gedrag van hun afnemers. Dat zou de inkomstenbron moeten zijn voor de aanbieders, terwijl de kosten voor de vaste lasten hierdoor drastisch omlaag zouden kunnen gaan.

Het Nieuwe Nut is het discours dat gevoerd zal worden over de herverdeling van kosten en baten van het individu-ele budget voor zaken die zo vanzelfsprekend noodzakelijk zijn dat iedereen ze geacht wordt te hebben. Het Nieuwe Nut vergt dat aanbieders en gebruikers, publiek en privaat gaan nadenken vanuit het frame van NUT en minder vanuit het frame van vrije markt en individuele keuze. Dat inzicht kan de maatschappij als geheel rijker maken, doordat middelen vrij komen voor zaken die van duurzaam NUT zijn en ons allen een betere leefomgeving verschaffen.

 

Prof. dr. Annemieke Roobeek (1958) is hoogleraar Strategie en Transformatiemanagement aan Nyenrode Business Universiteit. Zij heeft eerder de Wibautleerstoel voor Grootstedelijke Vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam bekleed en de leerstoel voor Management of Complexities. Zij is oprichter van MeetingMoreMinds, en medeoprichter van XL-Labs. Sinds midden jaren '90 is zij actief als commissaris en bestuurder.