Het nieuwe animisme

De komende jaren zal onze fysieke omgeving daadwerkelijk worden doordrongen van genetwerkte hightech hardware. Denk aan de inmiddels ‘aloude’ maar steeds weer nieuwe smartphone, slimme brillen, kleren die onze hartslag, transpiratie en bloeddruk meten, koelkasten die bestellingen doorgeven aan de super, elektrische auto’s die steeds (zelf)rijvaardiger worden, softwaresystemen die grote hoeveelheden tekst voor ons scannen en gepersonaliseerd samenvatten. Maar denk ook aan zelflerende robots, gemaakt van zachte, buigzame materialen die zo zijn ontworpen dat hun motoriek – net als die van ons – niet door hun computer wordt bedacht maar als het ware vanzelf is afgestemd op de eisen van de fysieke omgeving. Al deze apparatuur is genetwerkt, dat wil zeggen dat alles via de cloud gegevens kan opslaan, doorzoeken en met andere apparaten kan communiceren.

Verhalen over deze ontwikkelingen doen in tech-savvy kringen al decennia de ronde onder de noemers van ubiquitous computing, omgevingsintelligentie en het Internet van de Dingen. Om allerlei redenen lijkt dit alles momentum te ontwikkelen en daadwerkelijk deel uit te gaan maken van onze alledaagse werkelijkheid. Zelfs de robotica maakt met soft robotics dus een sprong naar de haalbaarheid van ongedwongen en ongevaarlijke mens-robot interactie, en innovatieve vormen van 3D-printen voegen daar een arsenaal aan gepersonaliseerde ontwerpmethodieken aan toe. De idee is dat de softwarerevolutie (die het aansturen van computers door computers mogelijk maakte) wordt gevolgd door een hybride soft-hardware revolutie van machines die machines maken, die de fysieke wereld herscheppen (denk aan de combinatie van nanotechnologie en synthetische biologie). Het onderscheid tussen hardware en software zal daarmee in toenemende mate kunstmatig, zo niet irrelevant worden.

Het gevolg van dit alles is dat onze omgeving ons in allerlei opzichten gaat voorspellen. Sterker nog, voordat we daar op in kunnen spelen worden omgevingen aangepast en herschikt. Kort gezegd raken onze omgevingen geanimeerd. We raken omringd door een mindless agency, een term die zich lastig in het Nederlands laat vertalen. Je zou het kunnen vertalen met een ‘geestloze subjectiviteit’ of ‘onbewuste actor’, maar dat klinkt wat stoffig. Het gaat erom dat de ‘geesten’ die ons omringen vooralsnog geen bewustzijn hebben, dat ze hun vermogen om waar te nemen en te handelen danken aan hun onderlinge verbondenheid in de cloud en aan technieken van kunstmatige intelligentie, toegepast op immense hoeveelheden steeds weer ververste gedragsgegevens. We gaan daarmee een nieuw animisme tegemoet. Laten we hopen dat we snel leren om op een verstandige en intuïtieve manier met deze nieuwe geesten om te gaan, zonder in pseudoreligieuze verering te vervallen. Een goed begin zou zijn om de onrealistische verwachtingen die ten aanzien van Big Data leven onder ogen te zien en te zorgen dat we verstand krijgen van de ‘dingen’ die ons zelf en onze wereld diepgaand beïnvloeden.

 

 

Mireille Hildebrandt is hoogleraar Smart Environments, Data Protection and the Rule of Law bij het institute of Computing and Information Sciences (iCIS), Radboud Universiteit Nijmegen. Zij is tevens hoogleraar Technologierecht en Recht in Technologie bij de onderzoeksgroep voor Law, Science, Technology & Society (LSTS) van de Vrije Universiteit Brussel, en als rechtsfilosoof verbonden aan de Erasmus School of Law, Rotterdam.