Gezegend met een garage

We horen het al vele jaren van de futurologen en de trend forecasters: we gaan onze eigen producent worden voor van alles. Als zogeheten prosumers, aldus Alvin Toffler, in 1980 (!).

Het lijkt nu dan toch eindelijk te gaan gebeuren, met de veelbesproken 3D printer. Maar stel nou dat je in de nabije toekomst een nieuwe eettafel met vier stoelen nodig hebt, en dat je in de online 3D printer-catalogus een mooie set hebt zien staan. Waar ga je die dan printen? Je hebt immers niet alleen de apparatuur nodig maar ook de ruimte om het in te gaan printen. Ja, je kunt het product natuurlijk ergens in een printlab gaan ophalen, maar wat is de meerwaarde van 3D printen als je het uiteindelijk toch niet zelf doet? En dus weer tijd en brandstof kwijt bent omdat je naar die plek moet rijden en daarna met de wellicht nog-niet-in-elkaar gezette spullen weer terug (anders passen ze niet in je auto, remember IKEA?).

Zou een print-garage of printcarport dan niet een idee zijn? Die ruimtes bevatten normalerwijs hetzij een auto – die best wel een paar uurtjes elders kan staan of worden uitgeleend via SnappCar – hetzij de opslag van klus- en tuingereedschap etc. Als nou in de wanden en in het plafond van de garage of carport de 3D printapparatuur ingebouwd zou kunnen worden, dan hebben garage-en carportbezitters hun eigen fabricageruimte. Een soort fabriekje aan huis, dat uiteraard ook gratis beschikbaar gesteld kan worden aan minder fortuinlijke vrienden en kennissen in het sociale netwerk of verderop in de straat (Peerby Garage!).

Zou ik hier geen patent op moeten aanvragen? Een garage-ombouwbedrijf beginnen, dat dan direct ook zonnepanelen aanbrengt zodat het eigen lokale fabriekje klimaatneutraal – of zelfs klimaatpositief – en zelfvoorzienend kan functioneren? Een productiefaciliteit annex energiecentrale aan huis?

Ach, er zullen wel weer wetten zijn en praktische bezwaren, evenals onoverkomelijke bijkomende kosten en de gebruikelijke haken en ogen aan de uitvoering. Zo is het gezien de ontwikkelingen in de autobranche niet waarschijnlijk dat de jongere generaties op grote schaal rijbewijzen gaan halen en nieuwe auto’s gaan aanschaffen. Laat staan dat ze garages gaan bouwen. Nou ja, dan maar de bestaande garages en carports. In elk geval zou het wellicht weer nieuwe inhoud geven aan het aloude adagium van de garage als ideale innovatieplek. Hoeveel nieuwe muziek is er in garages ontstaan? In de alternatieve popmuziek is garage zelfs een geheel eigen genre. En waar was het ook weer precies dat William Henry Gates III veertig jaar geleden iets ging knutselen dat personal computer zou gaan heten?

En als we dan uiteindelijk onze eigen auto kunnen printen: dan is de cirkel van auto-opslagplaats via werkplaats naar computerwerkplaats rond. Maar wel in behoorlijk verbeterde vorm.

 

 

William de Bruijn (Breda, 1960) is historicus en researcher bij VPRO Televisie. Als senior redactielid bij Tegenlicht is hij gespitst op future affairs: ontwikkelingen die in de nabije toekomst het dagelijks nieuws zullen gaan halen en wellicht bepalen.