Gewenste bijwerkingen

Medicijnen kunnen verrassende ‘bijwerkingen’ hebben. Het oude vertrouwde aspirientje bijvoorbeeld heeft gunstige effecten bij hart- en vaatziekten. Meer recent is gebleken dat het ook de kans op het krijgen van kanker aanzienlijk kan verkleinen. Dit jaar zijn alle resultaten verkregen uit onderzoek naar het effect van aspirine op kanker, samengevat in een publicatie (Cuzick J et al., Annals of oncol. 2014). Het slikken van aspirine voor een periode van 10 jaar blijkt profylactisch voor het ontstaan van dikkedarmkanker en verkleint de kans hierop met ongeveer 35 procent. Ook bij slokdarm- en maagkanker zijn gunstige effecten gevonden met een reductie van ongeveer 30 procent in incidentie van deze tumoren, en kleinere effecten bij prostaat, long- en borstkanker. Bovendien blijkt aspirine de kans op uitzaaiing (metastases) te verkleinen. Mocht u enthousiast geworden zijn, dan is het wel goed te realiseren dat overtollig gebruik van aspirine ook maagbloedingen kan veroorzaken en het verdient aanbeveling om de huisarts hierover te raadplegen.

Het mechanisme van deze verheugende ‘bijwerkingen’ van aspirine is nog niet geheel duidelijk. Aspirine (Acetylsalicylzuur) werkt op cellulair niveau als pijn- en ontstekingsremmer door de synthese van prostaglandinen (hormoonachtige stoffen) te remmen. Aangezien chronische ontstekingen kunnen bijdrage tot het ontstaan van kanker kan hierin een deel van de verklaring gevonden worden. Een ander deel kan gevonden worden in effecten op moleculair niveau, waardoor signaalpaden die bijdragen tot het ontstaan van kanker geremd worden in de cel.

Er zijn ook nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld voor een andere indicatie met neveneffecten die kanker tegengaan.

Een medicijn tegen de ziekte van Parkinson, MitoQ, bleek in staat de metastasering van huid- en borstkankercellen te remmen in diermodellen (Porporato PE et al, Cell Reports 2014). MitoQ is een antioxidant van superoxide radicalen en wordt geacht de celdood van hersencellen te voorkomen. Het middel verlaagt specifiek de activiteit van de mitochondria, de energiecentrales in cellen, en deze ‘bijwerking’ wordt verantwoordelijk geacht metastasering te remmen. Of het bij kankerpatiënten werkzaam is, moet nog worden getest. Andersom kan een antikankermedicijn ook ‘bijwerkingen’ hebben die gunstig zijn voor andere ziekten. Bexarotene, gebruikt bij cutaneous T cell lymphoma (CTCL), bleek de vorming van amyloïde plaques in de hersenen te voorkomen in Alzheimer muismodellen (Cramer PE et al., Science 2012). Echter, deze resultaten konden niet (volledig) gereproduceerd worden en of deze ‘bijwerking’ echt is moet nog blijken.

Een groot voordeel van bestaande medicijnen met ‘positieve bijwerkingen’ is dat deze veel ontwikkelingskosten besparen en bovendien snel getest kunnen worden bij patiënten. Ze besparen tijd en geld. Bijwerkingen moeten we dus niet veronachtzamen!

 

 

Frank Kruyt is hoogleraar Experimentele Oncologie en onderzoeker verbonden aan de afdeling Medische Oncologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen.