Genieten, dat is menselijk

"Genieten zonder nut, zonder enig profijt,
zomaar, zonder naar iets anders te verwijzen,
in pure overdaad – dat is menselijk."

(E. Levinas, Totaliteit en Oneindig. Amsterdam:
Boom, 2012, p. 139)

Levinas is bekend als de filosoof van het gelaat van de ander. Het gelaat van de ander dat mij oproept tot verantwoordelijkheid. Minder bekend is dat dit morele appèl alleen een genietende mens kan bereiken. Toch gaat het hart van zijn hoofdwerk Totaliteit en Oneindig precies hierover.

Wat bedoelt Levinas met genieten? Niet een aansporing tot een hedonistische levensstijl! Uitgangspunt is de behoeftigheid van de mens: om te kunnen overleven zijn we afhankelijk van voedsel, onderdak, en bescherming tegen armoede, ziekte, kou, geweld. Maar ook de afhankelijkheid van erkenning, aandacht en zorg behoort tot onze behoeftigheid. Kwetsbaarheid – zo heet deze fundamentele afhankelijkheid vandaag, enigszins modieus en verhullend. Ik zeg liever gewoon afhankelijkheid, ook al past dat minder goed in ons hedendaagse zelfbewuste en autonome zelfbeeld. Afhankelijkheid is een relatiebegrip: het verwijst naar iets buiten ons waarvan we afhankelijk zijn: van eten en drinken tot aan erkenning en geluk.

Dat we van eten en drinken, maar ook van werken, sporten en andere inspanningen kunnen genieten, laat volgens Levinas zien dat we een zekere onafhankelijkheid houden ten opzichte van datgene waarvan we juist het meest afhankelijk zijn, zoals voedsel. Als we met familie of vrienden zitten te eten, of ook wel alleen, dan nemen we niet zo efficiënt mogelijk het voedsel in, maar doen we dat al converserend, en met tussenpozen. Met plezier. Genieten heeft daarom iets paradoxaals: we zijn voor ons overleven afhankelijk van voedsel (en andere materiële en immateriële zaken), maar doordat we er genietend mee omgaan, zijn we precies in deze afhankelijkheid onafhankelijk. Deze onafhankelijkheid is niet die van de asceet, die door onthouding of onthechting zijn behoeftigheid wil afzweren. Alleen een behoeftig wezen kan genieten. Juist omdat ik behoeftig ben, geeft het genieten mijn bestaan een zekere lichtheid, te midden van alle zwaarte van werken en overleven.

Genieten staat zo enerzijds tegenover ascese, die behoeftigheid en afhankelijkheid zou willen opheffen, en anderzijds tegenover verslaving. Bij de verslaafde is de balans tussen afhankelijkheid en onafhankelijkheid naar de andere kant doorgeslagen: naar totale afhankelijkheid van drank, drugs, gokken, of andere dope. Er is geen enkele onafhankelijkheid meer in zijn afhankelijkheid. Een verslaafde kan dan ook niet genieten. Maar wat erger is: precies daardoor kan hij niet verantwoordelijk zijn.

Ik kan het appèl van het gelaat van de ander alleen vernemen als ik niet, zoals de verslaafde, de volstrekt afhankelijke gevangene ben van mijn behoeftecyclus, maar als mijn behoeften een zekere losheid hebben. Als ik kan genieten. Alleen dan kan ik er voor de ander zijn. Genieten, dat is menselijk.

 

 

 

Joachim Duyndam is Socrates hoogleraar Wijsbegeerte, in het bijzonder met betrekking tot humanisme, mensbeeld, en geestelijke weerbaarheid, aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Zijn onderzoek betreft thema’s als mimesis, empathie, vergeving, vernedering, veerkracht, uniciteit. Op www.duyndam.eu staat een overzicht van zijn werkzaamheden en publicaties.