Geesteswetenschappen: vergeten vragen opwerpen

Een van de economische puzzels van onze tijd is de vraag waarom Keynes’ voorspelling (“The Economic Possibilities of our Grandchildren”, 1930) niet is uitgekomen. Hoe komt het dat we, ondanks de mondiale toename van BNP per capita met een factor vier in de afgelopen honderd jaar, nog steeds meer dan vijftien uur per week moeten werken? Volgens Robert en Edward Skidelsky, auteurs van How Much is Enough? (London, 2012) heeft Keynes zich vooral vergist in onze consumptiepatronen: onze welvaart is toegenomen, maar we werken niet minder, omdat we meer behoeften hebben gekregen. Onze consumptiepatronen zijn veeleisender geworden.

In ons wereldbeeld is consumptie de arena van vrijheid, waarbij wij worden geacht de vrijheid te beoefenen om onze individueel en autonoom gekozen doelen te verwezenlijken. Onze doelen, de subjectief gekozen “behoeften” van de Homo Economicus, zijn een gegeven: we onderwerpen ze niet aan in-dividuele rationalisatie of aan publieke discussie of evaluatie.

Ons wereldbeeld lijkt op dat van de sofist Callicles (vijfde eeuw v.Chr.). Volgens Callicles is de enige authentieke levensstijl het optimaal najagen van onze behoeften. Meer is altijd beter. De mens is als een lekkende kruik die almaar gevuld moet worden: hoe meer we lekken, hoe meer we gevuld kunnen worden.

Voor Callicles’ tijdgenoten is dit een horrorverhaal. In het antieke morele discours staat juist de rationaliteit van de consumptie centraal: daar draait het om het onderscheid tussen de “noden” voor een betekenisvol leven en “behoeften” die alleen een onbemiddelde reactie op de omgeving zijn; daar bepaalt de manier waarop we met onze behoeften omgaan wat voor persoon we zijn; daar wordt voortdurend de vraag opgeworpen “hoeveel is genoeg” — de vraag waartoe Keynes noch Callicles in staat waren.

Wat betekent dit nu? Was vroeger alles beter, moeten we het antiek moreel discours reproduceren? Nee. De geschiedenis bestaat uit eenmaligheden en geesteswetenschappelijke inzichten bieden geen eenduidige lessen voor de toekomst of kant-en-klare oplossingen voor actuele problemen. Geesteswetenschappen zijn in de eerste plaats gedreven door een drang om te begrijpen. Maar nieuwsgierigheid is niet alleen een eigenschap van een individuele onderzoeker; ze kenmerkt ook samenlevingen. Samenlevingen die de moed heb-ben om niet alleen problemen op te lossen, maar ook vragen op te werpen, zijn samenlevingen waarin creativiteit gedijt en democratie kan floreren. Dat is wat de geesteswetenschappen kunnen bijdragen: een doodlopend debat openbreken door met nieuwe en vergeten vragen te komen. Hoeveel is genoeg? Wat hebben we echt nodig?

 

 

Dr. Tazuko van Berkel is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden. In 2012 promoveerde zij cum laude op haar proefschrift The Economics of Friendship. Changing Conceptions of Reciprocity in Classical Athens, over de manier waarop de uitvinding van muntgeld in het klassieke Griekenland het denken over persoonlijke relaties heeft beïnvloed. In 2013 ontving zij van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een Veni-beurs voor haar project over de relatie tussen rekenen en rekenschap in het politieke klimaat van het klassieke Athene.