Geef de wetenschap een nieuwe motor

2014 was het jaar waarin voor het eerst een patiënt een kunsthand kreeg met gevoel erin, men insulineproducerende cellen uit het niets liet groeien in proefdieren, en er opnieuw patiënten met gentherapie werden genezen van diverse slopende aandoeningen.

Toch is het beste idee dat ik hoorde veel saaier: namelijk, om in de motor van de wetenschap een bepaald schroefje vast te draaien. Een schroefje, dat ons moeten helpen het waarheidsgehalte van de wetenschap te vergroten.

Dat zit zo. Zó onthutsend snel volgen de ontwikkelingen en ontdekkingen elkaar op, dat de wetenschap steeds over haar eigen voeten struikelt. Zo bleek dit jaar dat nu en dan een glas rode wijn helemaal niet goed is voor de gezondheid, anders dan wat onderzoek na onderzoek toch echt had beweerd, en dat – een andere dwarsstraat – liefst de helft van de medicijnen die we slikken helemaal niet beter werkt dan een placebo. De helft!

Zo waadt de wetenschap in feite door modder: wat op de eerste dag nog een ontdekking lijkt, blijkt na een tijdje vaak te verdampen. Het effect dat men zag, bleek bij nader inzien gewoon toeval, of toch iets te rooskleurig geïnterpreteerd en opgeschreven.

Over dat soort technische problemen – oneindig veel saaier dan gentherapie, robotica of regeneratieve geneeskunde – sprak ik dit najaar met de Amerikaans-Griekse epidemioloog John Ioannidis, al jaren zo’n beetje het geweten van de wetenschap. In de lobby van zijn hotel legde hij me uit dat het hier niet gaat om zomaar een paar ontdekkingen die onjuist zijn. Nee, het overgrote deel van wat de wetenschap ons vertelt, blijkt naderhand niet te kloppen. In modieuze vakgebieden zoals voedingsonderzoek of hersenonderzoek is zelfs wel 99 procent domweg onjuist, vertelde Ioannidis. (Ik viel van mijn stoel af toen ik het hoorde).

Gelukkig dat er ook zoiets bestaat als wetenschap die wél robuust is – uit het genre ‘roken is slecht voor je’, ‘het heelal dijt uit’ en ‘het klimaat verandert langzaam door toedoen van door mensen uitgestoten CO2’.

Om dat kaf van het koren te scheiden, bepleit Ioannidis een systeem waarbij wetenschappers zelf aangeven hoe ‘betrouwbaar’ ze hun onderzoek achten. Is iets de zoveelste herhaling van een effect dat inmiddels echt lijkt te bestaan, of hebben we te maken met een heel nieuwe bevinding waarvan je het nog moet zien? Hebben we hier te maken met iets wat viel te verwachten, of iets wat welbeschouwd een beetje maf is (en ook best toeval kan zijn)? Zeg het er gewoon meteen bij, aldus Ioannidis.

De zoektocht naar een steviger fundament onder de wetenschap is in volle gang. Grotere onderzoeksteams die een bevinding eerst in meerdere laboratoria herhalen voordat ze erover publiceren; tijdschriften en websites die ook ‘ontdekkingen’ melden die niet direct schokkend en nieuw zijn maar gewoon een saaie bevestiging vormen van eerdere experimenten; databases waar onderzoekers hun ruwe gegevens ter beschikking stellen voor derden – de vooruitgang heeft zo langzamerhand een heel nieuwe motor gekregen.

Jammer dat het zo stilletjes gebeurt, en achter de schermen. U moest eens weten.

 

Maarten Keulemans (Rotterdam 1968) is chef wetenschap bij De Volkskrant, columnist voor diverse media en auteur van Exit Mundi: De 50 Beste Eindtijdscenario's. Voorheen werkte hij onder meer bij VPRO Noorderlicht, NOS Online en de Nederlandse editie van New Scientist. Keulemans is opgeleid als historicus en cultureel-antropoloog, woont in Leiden en blogt op 'Een kort blog van bijna alles'.