Europa, het Brugge van de wereld, maar dan creatiever

Men hoeft geen futuroloog te zijn om in te zien dat Europa aan het einde van haar Latijn is. We beleven de laatste fase van de val van het Romeinse Rijk. Hierin waren de Renaissance en de Verlichting zwanenzangen. Voor de jeugd is er geen toekomst meer in Europa volgens de oude economie, gebaseerd op industrie .

Is dit de inleiding van een stukje doemdenken? Dat zou niet het beste idee zijn van 2014. Crisismanagers (“veranderen zonder kennis van zaken”) roepen op om ons te haasten om de achterstand qua technologische vooruitgang in te halen om niet onder de voet gelopen te worden door China, Inda en Brazilië. Het is te laat: we kunnen de genoemde landen niet meer inhalen. We zijn lui geworden en daarenboven hebben we geen grondstoffen meer. De ultieme sublieme fase van het verstand is in te zien dat arbeiden ongeluk betekent en geluk is ons doel. Ik heb het hier niet over ‘werken’, namelijk een zinvolle bezigheid waarmee men al dan niet iets verdient. Arbeiden is om den brode en wordt beheerst door een baas aan wie men verantwoording moet leveren.

Is die luiheid een ramp? Alweer: neen! We moeten het recht op luiheid gebruiken en van Europa een luilekker deel van de wereld maken, een feest-(festival)continent, één groot (openlucht) museum, bezaaid met speelholen, maar ook rustoorden, vakantiecentra, cultuurhuizen, pretparken, bezinningscentra… Laat de rest van de wereld maar arbeiden, in Europa kunnen ze komen uitblazen en hun centen verteren. Europa blijft in leven door een vrijetijdsindustrie: tussen de lichtheid van het bestaan, over de kunst- en cultuurvormen, naar de filosofische reflectie. Vooral de musealisering is belangrijk. De grote beweging is de globalisering en de mondialisering, d.w.z. de uitbreiding van de kapitalistische principes over de hele aarde. In Europa kan men komen kijken naar de geschiedenis van dat gedachtegoed. Laat de Chinezen maar fotograferen, struikelen over mes- en vorkgebruik en zich lazarus drinken aan trappisten. Europa overleeft door dit toerisme: de beste kunst van over heel de wereld vertoeft overigens reeds in deze musea, naast die van het westen.

De avant-garde heeft ons geleerd de musea te schuwen. Kunst moet immers leven: ‘museum mausoleum’, heette dat. En inderdaad Europa moet ook het centrum blijven van de levenscreativiteit, niet op nuttigheid gericht, wel op constructie van een tuin der zintuiglijke en geestelijke lusten.

 

Willem Elias is doctor in de Wijsbegeerte (VUB). Verder studeerde hij aan de Rijksuniversiteit te Leiden andragologie en museologie. Hij is gewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel in het vakgebied culturele agogiek. Hij is tevens decaan van de faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen. Elias is kunstcriticus en voorzitter van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten, (HISK)Vlaanderen en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.