Een Japanse wc

In een Japanse wc zit een dubbelloops douchebidet in de bril verborgen, die één straal omhoog richt en de andere straal schuin naar voren. Op de knop die de eerste activeert staan twee billen afgebeeld, op de tweede knop staat een meisje met een paardenstaart. Vreemd!

Hoe het ook zij: de Japanse douchebidet maakt wc papier overbodig en dat is in alle opzichten een zegen. De geavanceerde versie van de Japanse wc heeft een verwarmde bril en verwarmt ook het water van de douchebidet. Dat is nog lekkerder, maar ecologisch weer minder verantwoord.

De Japanse wc heeft echter nóg een kenmerk dat ecologen zeker plezier zal doen. Het deksel van de stortbak heeft de vorm van een fonteintje en als je doorgetrokken hebt, loopt het water via een gebogen kraan in dat fonteintje om vervolgens in de stortbak te verdwijnen. Het ei van Columbus zou je zeggen, en een must have voor al die nieuwe huizen waarvan de bouwers beweren dat zij energieneutraal zijn.

Hoe komt het dat wij die Japanse wc niet al veel eerder ontdekt hebben? Er zijn toch bijna geen buitenlandse producten meer die niet ook in Nederland ingeburgerd zijn? Vroeger kon je als je in Spanje was geweest voor de familie thuis een serranoham meenemen, uit Frankrijk een fles Bergerac of een Franse kaas, uit Rusland wodka en uit Joegoslavië slivovitsj. Al die producten liggen nu in de Nederlandse supermarkt of slijterij. IKEA levert Scandinavische meubels, de Amerikaanse manshoge ijskast is in Nederland gemeengoed geworden. Japanse lakkasten kun je overal kopen, maar waar blijft de Japanse wc?

‘Dat Japanse toilet’, mailde de architect Carel Weeber mij, ‘was er al in 1969 toen ik werkte aan het Nederlands Paviljoen in Osaka. Vooral het kraantje om daarmee na afloop je handen te kunnen wassen was verbluffend. Toen al verbaasde het mij dat die vinding niet de wereld veroverde. Ik denk te cultuur gebonden’.

 

 

 

Meindert Fennema, auteur en emeritus hoogleraar politicologie, UvA.