Een grote pot, zodat we er geen potje van maken

In 2014 slaat het ebolavirus genadeloos hard toe in West-Afri-ka. Journalisten maken beelden van menselijk leed die de regisseur van de film Outbreak (1995) waarschijnlijk overdreven had gevonden. Maar dit is echt. Zo echt dat president Obama op 25 september de Verenigde Naties toespreekt en er op wijst dat ebola een risico vormt voor de mondiale stabiliteit. Laurie Garrett (de met prijzen overgoten wetenschapsjournaliste die in 1995 de bestseller The Coming Plague publiceerde en zes jaar later Betrayal of Trust: The collapse of global public health) zal blij en gefrustreerd tegelijk zijn. Ze voorspelde immers dat de wereld een dorp zou worden waarin ziekten razendsnel om zich heen zullen grijpen, en zal zich ergeren aan het feit dat er destijds niets met haar boodschap is gedaan.

We staan aan de vooravond van een mondiale virus-crisis, maar niemand luistert naar de Garretts van deze wereld. Overdreven? Nee. Het Afrikaanse West-Nijlvirus arriveerde in 1999 in New York per vliegtuig (waarschijnlijk in een mug) en in 2004 waren alle 50 staten in de VS besmet. Geen medicijn, geen vaccin. Op jaarbasis enkele duizenden slachtoffers. Het Chikungunya-virus ontsnapte in 2005 uit Oost-Afrika en besmette naar schatting 1,3 miljoen Indiërs nadat het virus door een reiziger werd afgeleverd. In 2007 besmette hetzelfde virus 200 Italianen nadat een man uit India het virus meebracht tijdens familiebezoek. Eind 2013 breekt een epidemie van Chikungunya uit op het Caribisch eiland St. Maarten. De teller staat nu op een geschatte 500 duizend gevallen in de Cariben, Centraal- en Zuid-Amerika. Geen medicijn, geen vaccin. Een ver-van-mijn-bedshow? Nee hoor. In 2006 vallen ineens schapen dood in een wei in Zuid-Limburg: het blauwtongvirus. Onderzoek laat zien dat het virus waarschijnlijk uit Nigeria afkomstig is. Door het Schmallenberg-virus worden in Duitsland plotsklaps lammetjes zonder hoofd geboren. Oh ja, laten we de Q-koortsaffaire niet vergeten.

Wetenschappers doen onderzoek en publiceren daarover in vakbladen. Die gelezen worden door, juist: wetenschappers. De politiek roert zich pas wanneer het electoraat zich roert: wanneer er doden vallen. Maar dan is het vaak al te laat. En zie het voorbeeld van ebola: we maken er een potje van. De Wereldgezondheidsorganisatie blijkt veel te traag, heeft geen (financiële) middelen, en dus hobbelen we achter de feiten van Garrett aan.

Stel we zouden een pot van € 5 miljard hebben, bijeen-gebracht naar rato van het BNP door alle VN-lidstaten. Een fonds dat telkens wanneer de ellende van een virus ergens uitbreekt, kan worden aangesproken. En dat beheert wordt door de Garretts van deze wereld die weten waar ze over praten. Dat telkens opnieuw wordt aangevuld, zodat er nooit een tekort dreigt wanneer de gevolgen uit de hand lopen als een kind van twee op zijn duim zuigt na met vleermuizenpoep in aanraking te zijn geweest.

Er is natuurlijk al het Global Fund, maar dat richt zich op slechts drie killers: hiv, tb en malaria.

Laten we nou voor één keer luisteren naar Garrett en, zo stel ik voor, een Global Disease Threat Fund opstarten, er € 5 miljard instoppen. Dan zullen we allemaal beter slapen.

 

Nota bene: Het is 9 oktober. Ebola heeft inmiddels 3.439 levens geëist. De wereld is in rep en roer. Toen ik dit idee opschreef was alles nog ver weg in Afrika. Nu al heel dichtbij in Spanje, Frank-rijk en de VS. Nu dat knappe koppen van de Wereldbank hebben berekend dat de financiële impact van de Ebola-epidemie meer dan 32 miljard dollar zal bedragen roert het opperhoofd van die club zich. Dat is mijnheer Jim Yong Kim. Dat hij nu uit-gerekend met het idee voor een internationaal fonds komt op deze dag. In plaats van € 5 wil hij er zelfs $ 16 miljard instoppen. Ik heb wel eens gehoord dat je nooit alleen bent met een goed idee en dat er op hetzelfde moment minstens zes andere men-sen wereldwijd met hetzelfde idee rondlopen. In dit geval Yong Kim dus.

 

Bart Knols is medisch entomoloog en specialist in tropische infectieziekten. Hij is medeoprichter van het Wageningse bedrijf In2Care en woonde en werkte elf jaar in Oost- en Zuidelijk Afrika. In 2007 ontving hij de Eijkman medaille, de hoogste onderscheiding in Nederland in de tropische geneeskunde en internationale gezondheidszorg.