Echt duurzame oplossingen blijven dicht bij de natuur

Er zijn vele toekomstvisies. Eén toekomstvisie waar je veel over hoort de laatste tijd vertaal ik als "optimistisch technocratisch". In deze visie wonen (bijna) alle mensen van de aarde straks in steden. Onze auto’s rijden uit zichzelf. Onze energie komt van kernfusie of wellicht van de zon. Om een dergelijke rijkdom te bereiken kunnen we niet zelf meer ons werk doen. Daar hebben we dan robots voor: robots om onderwijzers te vervangen, robots voor het huishoudelijk werk en robots om de zorgbehoevenden te helpen. Ook onze landbouw is geautomatiseerd en maakt gebruik van door de mens ontwikkelde genetisch aangepaste planten en dieren.

Wat de gevolgen zijn voor het welbevinden van de mens en voor de aarde en haar ecologie is natuurlijk ongewis. Ondanks het feit dat de meeste wetenschappers ervan overtuigd zijn dat ze de oneindig complexe keten van oorzaak en gevolg kunnen begrijpen, ontrafelen en gebruiken, blijkt keer op keer dat het nog niet zover is, zoals te zien is aan bijvoorbeeld het steeds terugtrekken van medicijnen die eerder veilig verklaard waren door de wetenschap.

Deze technocratische visie staat in schril contrast met de werkelijkheid van onze huidige wereld met een wereldbevolking die op weg is naar 10 miljard mensen. Ziektes zoals malaria, diarree en aids teisteren meer dan de helft van de wereldbevolking. Prognoses geven aan dat de zoetwatervoorraden in dichtbevolkte delen van de wereld opraken en daardoor de helft van de wereldbevolking binnen tien jaar last gaat krijgen van watertekort. Ook verdient de helft van de wereldbevolking niet meer dan een paar euro per dag en dus niet genoeg om robots te kopen.

Mijn definitie van duurzaamheid is: dat wat 10 miljard even rijke mensen oneindig kunnen blijven doen. Naar mijn idee moeten we dus voor onze watervoorziening, ons voedsel en onze energiezekerheid dicht bij de natuur blijven, om op deze manier duurzame welvaart en welzijn te creëren, zonder de aarde in gevaar te brengen. Een mooi voorbeeld is stroom maken met planten. Planten geven continu een organische stof af aan de bodem, die daar in CO2 omgezet wordt door bodembacteriën. Met dit nieuwe idee kunnen we deze bacteriën in de bodem op een elektrode laten groeien, waarmee deze bacteriën elektriciteit maken (zie www.plant-e.nl). Het voordeel is dat het natuurlijk systeem niet is veranderd, want planten groeien nog steeds en de bacteriën maken nog steeds CO2, maar wij hebben wel een natuurlijke elektriciteit. Toegepast in steden krijgen we dan groene daken, die water kunnen opslaan bij zware regenbuien, die de stad zomers koelen en ’s winters isoleren en nog stroom produceren ook.

Kijk naar TEDx Binnenhof waar ondernemer Marjolein Helder uitlegt hoe het werkt en als enige deelneemster een staande ovatie ontvangt: http://tedxbinnenhof.com/portfolio-posts/marjolein-helder/ .

 

 

Professor dr. ir. Cees J.N. Buisman is hoogleraar biologische kringlooptechnologie in Wageningen. Daarvoor was hij directeur technologie en ontwikkeling bij Paques bv. Hij is ook bestuurslid van de Wetsus, Centre of Excellence for Sustainable Water Technology.