De zoetwatervaren Azolla: een gewas rijk aan kansen

 

 

 

 

 

 

 

 

Sinds mensenheugenis gebruikt de mens gewassen voor allerlei toepassingen: hout, verschillende gewassen voor voedsel-en voedervoorziening en als medicijn. Nu de wereldbevolking toeneemt, is de behoefte aan goede landbouwgrond steeds groter en wordt de beschikbare landbouwgrond steeds intensiever gebuikt. Sinds de industriële revolutie worden allerlei natuurlijke bronnen vervangen door petrochemische middelen: fossiele brandstoffen voorzien niet alleen in onze energievoorziening maar ook in de productie van allerlei oliën en plastics. Naast het feit dat ze vervuilend zijn voor het milieu, produceren al deze petrochemische producten ook nog een grote hoeveelheid broeikasgas, zoals CO2. De toenemende hoeveelheid CO2 heeft dermate grote gevolgen voor het wereldwijde klimaat en de zeespiegel, dat vergaande maatregelen zijn afgesproken in internationaal verband om de uitstoot van CO2 terug te dringen.

Om de groeiende wereldbevolking eenzelfde welvaart als de onze te kunnen bieden tegen de achtergrond van een veranderend klimaat, verschillende beleidsmaatregelen en de dreigende voedseltekorten, zijn innovatieve oplossingen nodig voor een slim gebruik van land en natuur, zonder extra uitstoot van broeikasgas.

Wij denken dat het grootschalig verbouwen van de zoetwatervaren Azolla een belangrijke toevoeging kan zijn omdat (1) Azolla een zoet- tot brakwaterplant is, wat als voordeel heeft dat het verbouwen van Azolla niet ten koste gaat van landbouwgrond die nu gebruikt wordt voor conventionele landbouwgewassen; (2) Azolla wereldkampioen groeien is, met een opbrengst tot 50 ton droge biomassa per hectare per jaar; (3) Azolla snel groeit vanwege een unieke symbiose met een bacterie die stikstof uit de lucht als voedingsbron kan gebruiken en deze omzet in een voor Azolla opneembare stikstofbron, waardoor Azolla geen stikstofbemesting behoeft; (4) Azolla van nature het beste groeit onder lage lichtintensiteit, waardoor extra kunstlicht niet nodig is voor een optimale groei; en (5) de biomassa van hoogwaardige kwaliteit is: 25% proteïnen, tot 10% hoogwaardige lipiden en tot 10% waardevolle polyfenolen voor de petrochemische industrie.

De inzet van Azolla levert naast een vermindering van CO2 nog allerlei andere kansen in de markt. Denk bijvoorbeeld aan semi-gesloten aquatische systemen dichtbij grootschalige industrie die restwarmte en –kooldioxide leveren om de groei van Azolla te bevorderen. De geproduceerde biomassa biedt allerlei kansen in bestaande markten (de voedsel- en voederindustrie, de chemische industrie) en in nieuwe markten. Door Azolla te verbouwen op marginale grond of in open aquatische systemen kan de soja-import drastisch worden verminderd, waarvoor nu jaarlijks vier miljoen hectare tropisch bos moet wijken. Op een vijfde van dit gebied zouden we elders in de wereld op marginale landbouwgrond genoeg Azolla kunnen laten groeien om de gehele Nederlandse soja-import te kunnen vervangen.

 

 

 

Dr. Peter Bijl is paleoklimaatonderzoeker aan de Universiteit Utrecht en directeur van de LPP Foundation, een stichting ter bevordering van de vertaling van wetenschappelijke ontwikkelingen in de geologie in bruikbare producten voor industrie en samenleving. De LPP Foundation is initiatiefnemer en samen met Adrie van der Werf coördinator van het team van dit Azolla-project.

Dr. Ir. Adrie van der Werf is coördinator Biobased Economy voor de Plant Sciences Group van Wageningen UR. Zijn onderzoek richt zich o.a. op de teeltaspecten van Azolla.

Prof. Dr. Gert-Jan Reichart is hoofd Mariene Geologie en Chemische Oceanografie aan het NIOZ en parttime hoogleraar Mariene Geologie aan de Universiteit Utrecht. Hij maakt voor zijn onderzoek gebruik van geochemische methodes om veranderingen in het klimaat en de oceanen te reconstrueren. Daarnaast onderzoekt hij de koolstofcyclus in het heden en verleden, zowel in de oceaan als op het land.

Dr. Henriette Schlupmann is Ass. Prof. Molecular Plant Physiology, en lid van het bestuur fac. Betawetenschappen, Universiteit Utrecht. Zij onderzoekt de relaties tussen fysiologie en genetische eigenschappen van planten.

Prof. Dr. Henk Brinkhuis is algemeen directeur NIOZ en parttime verbonden aan de Universiteit Utrecht, Geowetenschappen, als hoogleraar Mariene Palynologie en Paleoecologie. Zijn wetenschappelijke interesse geldt met name (extreme) klimaatveranderingen in het verleden en de (paleo)oceanografie en (paleo)ecologie in het algemeen, en relaties met de koolstofcyclus en klimaat.