De identiteit van de Europese Unie

Na de verwerping van de zogenoemde Grondwet voor Europa in 2005 vroeg de Raad van State zich in een advies aan de regering openlijk af, welke kant het nu met de Europese Unie zou opgaan. Iedereen dacht tot dan toe dat er twee mogelijkheden waren. De EU zou een federale staat moeten worden óf moeten uitmonden in een unie van soevereine staten. In zijn boek What is the EU? dat hij eveneens in 2005 publiceerde, hield de Belgische politicus Paul Magnette rekening met de mogelijkheid dat er iets ‘tussenin’ zou ontstaan. Het antwoord op de vraag van de titel van zijn boek bleef hij echter schuldig.

Tien jaar en een financiële crisis later begint duidelijk te worden dat de EU een eigen identiteit ontwikkelt. Het oude debat over bondsstaat of statenbond is vastgelopen. De EU is geen statenbond omdat er ook burgers deel van uitmaken; de Unie is evenmin een federale staat omdat de soevereiniteit bij de lidstaten ligt. Wie antwoord wil krijgen op de vraag wat de EU is, moet de statelijke bril van diplomaten inruilen voor het burgerlijke perspectief van democratie en rechtsstaat. Het meest opvallende kenmerk van het Verdrag van Lissabon dat in de plaats van de verworpen grondwet is gekomen, is zo bezien dat het de EU inricht als een democratie zonder er een staat van te maken. Dit is een nieuwe, zo niet revolutionaire constructie in de geschiedenis van de staatsleer en het volkenrecht. Vanuit het perspectief van de burgers ligt die echter voor de hand. Als twee of meer democratische staten de uitoefening van soevereiniteit met elkaar delen om gemeenschappelijke doelen te bereiken, moet het samenwerkingsverband dat zij daarvoor in het leven roepen immers ook democratisch zijn.

De omwenteling die de EU teweeg brengt, is dat zij de begrippen ‘rechtsstaat’ en ‘democratie’ toepast op een internationale organisatie. De EU wordt geen staat, maar evolueert van een gemeenschappelijke markt naar een gemeenschappelijke democratie. Het kenmerk van de Unie is dat de burgers zowel kunnen deelnemen aan de nationale democratie van hun land als aan de gemeenschappelijke democratie van de Unie. Op de weg van ‘common market’ naar ‘common democracy’ ontstaat de eigen identiteit van de Unie: de EU is een Unie van burgers en lidstaten die functioneert als een gemeenschappelijke democratie. De weg is nog lang, maar het doel komt in zicht.

 

Jaap Hoeksma is staatsrechtsfilosoof en bedenker van het Eu-ropaspel Eurocratie. Hij heeft in 2014 de EU Democracy Tour uit-gevoerd. Tijdens de finale op 21 mei heeft hij met scholieren en studenten de eerste burgerdefinitie uit de geschiedenis van de EU aan het Europees Parlement aangeboden. De oorsprong ervan is toegelicht in het essay: De EU als democratisch experiment dat dit voorjaar in het Nederlands Juristenblad is verschenen (NJB jg 2014, nr 14).