De gastvrije stad

Het moment waarop ik mij het domst en meest ongelukkig voel, is wanneer ik mijzelf in mijn auto terugvind midden in de stad, vastgelopen tussen meer wanhopige, stilstaande auto’s die allemaal op zoek zijn naar ruimte om te doen waar ze ooit voor werden gemaakt: rijden. Op dat soort momenten van waanzin lijkt het of de autoruit een ander beeld geeft op de stad, een beeld waarin de absurditeit ineens in alle glorie wordt ingekleurd. De auto en de stad zijn eenvoudigweg niet voor elkaar gemaakt. De ene menselijke uitvinding is snel, sexy en gestroomlijnd, de andere is traag, bonkig en weerbarstig. Trottoirs die voor voetgangers zijn bedacht om ze te beschermen, worden krampachtig afgerond ten gunste van de allesoverheersende draaicirkel. Dezelfde voetganger die zich, terwijl hij zich in alle openbaarheid prijsgeeft aan de stad, moet verbijten in uitlaatgassen, achtergelaten door anonieme, dominante voertuigen die op hun beurt niets toevoegen aan de invulling van het publieke leven. Aan de ene kant zie ik zorgvuldig ontworpen prullenbakken en bankjes, terwijl aan de andere kant een batterij auto’s staat geparkeerd op een manier waarvan duidelijk is dat de stedenbouwkundige ze daar liever niet had gewild maar dat ze door de norm werd aangestuurd. Zo’n moment van waanzin vraagt om een idee. Of beter: een visioen.

Kunnen we ons een stad voorstellen waarin ieder die zich heeft verbonden met die stad – bewoners, bedrijven, overheden en instellingen – zich als werkelijke aandeelhouders van de publieke ruimte inzetten voor een super gestroomlijnde bereikbaarheid van de binnenstad? Een stad waar de huidige zielloze P+R kolossen in de periferie zijn uitgegroeid tot dynamische en comfortabele tussenhaltes waarvandaan een passende vorm van mobiliteit naar de woning of het werk voor je klaarstaat. Parkeren op afstand heet dat; bij Centerparks doen ze dat volgens mij al jaren zij het op kleinere schaal. Ik denk dat het kan op de schaal van de stad wanneer we het begrip bereikbaarheid niet meer toewijzen aan verkeerskundigen maar veel meer aan degenen die er direct bij zijn gebaat; de ontwikkelaars en eigenaren van vastgoed. De realisatie van de nieuwe generatie transferia is niet alleen de verantwoordelijkheid van de betreffende gemeente, maar van veel partijen, ook in het stadscentrum. Stadsgebruikers laten hun auto’s buiten het centrum en kiezen voor een snelle, of een gezonde, of een avontuurlijke of een luxe vorm van natransport en houden op die manier hun eigen straat groen en open voor gasten, klanten en toeristen die ongehinderd tot de voordeur kunnen doorrijden. Dat noem ik nog eens gastvrij.

 

 

 

Joan Almekinders (1969) is architect en mede-eigenaar van NIO architecten in Rotterdam. Samen met Maurice Nio geeft hij sinds 2002 leiding aan een team van acht architecten die werkzaam zijn in een breed scala aan projecten, variërend van commerciële retail en leisure, infrastructurele projecten, private en collectieve woningbouwprojecten en culturele gebouwen zoals musea. De afgelopen jaren adviseerde hij, samen met Advier, diverse steden bij hun bereikbaarheidsvraagstukken, met name op het gebied van transferia.