Clubs voor huisvesting

Uit de financiële ruïnes van de volkshuisvesting is een nieuw model geboren: dat van de woningcoöperatie of de woning-bouwvereniging. Eigenlijk is een oud wooninstituut nieuw leven ingeblazen. Wat ontaardde in molochs met zinkend vastgoed, exponentieel negatieve derivaten en Maserati’s voor de directeur, begon ooit als clubjes van gelijkgezinden. Gewoon met wat mensen een vereniging starten om samen betaalbare woningen te bouwen of te kopen voor eigendom of verhuur. Jonge gezinnen op zoek naar een huis vlakbij het werk. Ouderen die zorg willen delen. Het moet kunnen zonder wachtlijst of subsidieregelingen. Op eigen initiatief.

Als dit idee verder wordt uitgewerkt, zouden onderwijzers en politie-inspecteurs weer in Amsterdam kunnen wonen in plaats van alleen in Purmerend of Almere. De middenklasse keert dan terug naar de grote stad die nu alleen nog bewoonbaar is voor heel welgestelde of heel arme mensen. Huren wordt weer betaalbaar voor de middeninkomens. In Waalwijk zijn er veel belangstellenden om € 10.000 te storten voor een vereniging die woningen bouwt voor mensen die meer dan € 34.500 verdienen, de sociale huurgrens. In Friesland koopt de nieuwe vereniging, Mienskip Wûns, de huizen van corporaties die zich uit bepaalde dorpen terugtrekken.

Veel woningcorporaties moeten uit financiële nood hele woningblokken verkopen. Bij minder dan tien woningen hoeft er geen verhuurdersheffing te worden betaald. En wat te denken van al die bejaardenoorden die leeg komen te staan omdat de bewoners er volgens de wet niet meer voor in aanmerking komen? Zou het niet mogelijk zijn om ze in een verenigingsstructuur om te zetten, zonder afhankelijk te zijn van afgelegen hoofddirecties die dagelijks wisselend personeel rondsturen?

Het idee van nieuwe woningclubs ontstond in de nacht van Adri Duivesteijn (PvdA), die in december vorig jaar in de Senaat een nieuw woonakkoord traineerde. In een aangehechte novelle beloofde minister Blok van Volkshuisvesting onderzoek te doen naar de ontwikkeling van de wooncoöperatie. Ondertussen ontwikkelt Platform31, een denktank voor steden en regio’s, nieuwe constructies voor samen wonen.

Weliswaar geniet een huurder geen hypotheekaftrek maar een huurder komt in ieder geval niet onder water te staan en kan gemakkelijk verhuizen. Maar samen kopen kan ook. Of half kopen en half huren. Geen huurders meer die het onderste uit de kan willen halen, want ze zijn als vereniging ook een beetje eigenaar. Je hoeft dan geen huisjesmelker meer te zijn of alleen de allerrijksten bedienen om winst te maken. De mensen doen het gewoon samen. Samen organiseren is de nieuwe trend na de excessen van wat socioloog Abram de Swaan het “marktisme” noemde. Niet alles is handel of overheid. Daartussen bloeit de vereniging.

 

Maarten Huygen is chef opinie van NRC Handelsblad. Hij was onder andere verslaggever, tv-recensent en commentator en werkte bij elkaar bijna elf jaar in de Verenigde Staten als correspondent, eerst voor radio, televisie en verscheidene bladen, daarna voor NRC Handelsblad.