Over economie, liefde en geluk

Generaties economiestudenten zijn opgeleid met de idee van het mensbeeld van de homo economicus.
De stroman van de homo economicus wordt vandaag de dag te pas en te onpas gebruikt, zowel binnen de wetenschappelijke wereld als in het maatschappelijke debat. Voor een breder publiek staat “de” econoom gelijk aan eigenbelang, rationaliteit, efficiency, concurrentie, marktwerking (uiteraard zonder moraal), kosten-batenanalyses, kil rekenen en prikkels gebaseerd op materieel gewin en geld.
De economische wetenschappen worden niet voor niets the dismal science genoemd.
Economen hoeven hier niet somber en naargeestig van te worden, want er vinden uiterst spannende ontwikkelingen plaats.
Voor het bevorderen en het nastreven van een goed leven in meer of minder gelijkwaardige samenlevingen denkt de lezer misschien in eerste instantie niet aan de gereedschapskist van economen. Maar daar kan verandering in komen. De grondlegger van de economische wetenschappen, Adam Smith, liet zien dat een realistisch mensbeeld gebaseerd is op (verlicht) eigenbelang én menselijke welwillendheid. Hij richtte de aandacht ook op de menselijke onvolkomenheid, waarbij tenminste rekening wordt gehouden met begrensde rationaliteit en moraliteit.
De invloed van sociale en historische condities alsmede ethische kwesties zouden meer onder ogen moeten worden gezien. Het zou goed zijn om niet alleen te zoeken naar “natuur”-wetten, maar ook oog te hebben voor narratives, verhalen die hout snijden.
De idee is dan ook dat de economische wetenschappen naast de wisselwerking met de bètawetenschappen nu ook de altijd al aanwezige dialoog zoeken met onderdelen van de geesteswetenschappen. Economen, die breed onderlegde specialisten willen worden, kunnen binnen “Economics & Humanities” aandacht besteden aan bijvoorbeeld vraagstukken over schuldgevoel, vertrouwen, relaties, liefde en geluk. Zij kunnen hierdoor denken vanuit een realistischer mensbeeld, maar met behoud van de empirische hardheid.
Het ERGO-initiatief (Economie, Religie, Governance en Organisatie), dat mede mogelijk gemaakt is door Frits Goldsch-meding van Randstad Beheer, en het EHERO-instituut (Erasmus Happiness Economics Research Organization (http://www.eur.nl/ehero)) zijn slechts twee voorbeelden, waar de “harde” economie met de geesteswetenschappen in onderzoek en onderwijs worden geïmplementeerd. Juist nu is het ook van belang om middelbare scholieren en studenten kennis te laten maken met de idee dat een toekomstige beroeps- en levenshouding mede is gebaseerd op een werkelijke verbondenheid met anderen. Dit klinkt misschien soft, maar de keiharde realiteit leert ons dat een goed leven niet gaat lukken in een samenleving die is gebaseerd op meer ik, minder wij, meer externe prikkels, minder intrinsieke motivatie en meer wetten, regels, procedures en minder idealisme. Er gloort een bijzonder mooie toekomst voor een economie die is gebaseerd op een realistische “menselijke” kijk op de wereld.

 

 

Harry Commandeur is gewoon hoogleraar industriële economie en bedrijfshuishoudkunde aan de Erasmus School of Economics, Erasmus Universiteit Rotterdam.