Zo weinig mogelijk zitten

Friedrich Nietzsche, de negentiende-eeuwse Duitse filosoof, vervolgt bovenstaande woorden zo: ‘Zo weinig mogelijk zitten; geen enkele gedachte geloof schenken die niet in de vrije lucht geboren is en bij vrije beweging - waarin niet ook de spieren feestvieren. (…) Het zitvlees – ik heb het al eens eerder gezegd – is de eigenlijke zonde tegen de heilige geest’. 

Het citaat valt te lezen in Ecce homo, een boek, geschreven in 1888, waarin Nietzsche terugblikt op eigen werk en leven. Het was zijn laatste boek voor hij definitief in de duistere nevelen van de waanzin verdween. 

Nietzsche meende dat hij pas honderd jaar na zijn dood (in 1900) begrepen zou worden. Dat is echter niet de reden waarom ik dat idee – zo weinig mogelijk zitten – nu nog en zelfs nu meer dan ooit actueel vind. 

Ik herlas deze en andere teksten van Nietzsche tijdens een verblijf in het Zwitserse Sils Maria, op het einde van de voorbije zomer. Nietzsche vertoefde daar ook graag. Zes tot tien uur wandelen per dag in het hooggebergte daar leverden hem de zuurstof die hij nodig had om zijn bijwijlen zeer verheven gedachten te ontwikkelen. Wandelen is werken voor hem. Denkwerk. ‘Mijn voet schrijflustig als geen een’, zo zegt hij ook in De vrolijke wetenschap. Denken doen we niet door ons uit de wereld terug te trekken. Een denken zonder lichaam bestaat niet. Nietzsche wist dat hij zijn tijd ver vooruit was. Hij heeft gelijk gekregen.

Recente bevindingen in de neuropsychologie en –filosofie en in het denken over de verhouding tussen geest en lichaam bevestigen het inmiddels zeer overtuigend: de mens is primair lichamelijk in de wereld. Hoe wij omgaan met de wereld waarin wij leven en waarin wij met allerhande problemen geconfronteerd worden, krijgt eerst en vooral een oriëntatie vanuit een lichamelijke gesitueerdheid. Een omgeving ‘stemt’ ons lichaam. En het lichaam ‘stemt’ de geest. 

Wat Nietzsches denken quasirevolutionair maakte, is het inzicht dat betekenis ontstaat vanuit onze diepgewortelde band met het leven en de lijfelijke voorwaarden van dat leven. We zijn geboren als vleselijke wezens en het is door onze lijfelijke waarneming en ervaring, onze bewegingen, emoties en gevoelens heen dat betekenis mogelijk wordt. Het is nu aan ons om variaties te bedenken op het befaamde dictum van René Descartes, ‘Ik denk dus ik ben’. Ga er eens voor wandelen.