Waterschappen worden Energieschappen

In het nieuwe SER-Energieakkoord is vastgesteld dat er voor 6.000 megawatt aan windmolens op land en 6.000 megawatt aan windmolens in de Noordzee moeten worden geplaatst om te voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Dit is een geweldig akkoord met grote innovatieve uitdagingen. Los van de visuele impact die dit zal hebben op ons landschap heeft het ook een enorme impact op ons energienetwerk. Het aanbod van elektriciteit door windmolens is door de sterk variërende windsnelheden grillig en heeft weinig verband met de vraag. Stel dat het hard waait en iedereen ligt te slapen, dan is er een enorm overschot aan energie die ons huidige netwerk niet kan bufferen. Opslaan in batterijen of iets dergelijks is op dit moment nog geen optie.  

Nu was er al in 1981 het Plan Lievense, door ingenieur L.W. Lievense bedacht, wat inhield om energieopslag te realiseren met behulp van een waterbuffer in het Markermeer. Het Markermeer zou dan in tijden van weinig vraag en veel aanbod van windelektriciteit gevuld moeten worden met water. Wanneer er weinig aanbod was en veel vraag zouden turbines door het verval van het water weer elektriciteit leveren. Dit is een briljant idee dat nu meer dan ooit levensvatbaar gemaakt kan worden. De waterbuffers zijn de laatste schakel in een nieuw aan te leggen smartgrid waarin huizen, steden en provincies aan elkaar worden gekoppeld, zodat vraag en aanbod eerst op lokaal en provinciaal niveau met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht, voordat ze worden opgeslagen in de waterbuffers. De regionale waterschappen die ons land al eeuwen beschermen tegen het hoge water kunnen deze bezigheid gaan combineren met het opslaan van overtollige energie in waterbuffers. Waterschappen worden Energieschappen.