Veiliger bankieren heeft geen prijs

Een bank is in essentie een simpel beestje. Banken lenen geld uit en ontvangen daar rente over. Uw hypotheek en lening zijn daarom de ‘bezittingen’ van de bank. Om dat te kunnen doen moet de bank, tegen lagere kosten, geld zien te verkrijgen. Deze ‘verplichtingen’ bestaan uit uw spaargeld bij de bank, het geld dat de bank op de kapitaalmarkt aantrekt en het ‘eigen geld’, of ‘eigen vermogen’ van de bank. Dit is het geld van de eigenaren van de bank. Het is dit geld dat in geval van nood, bijvoorbeeld als u uw lening niet terugbetaalt, als eerste moet worden aangesproken. Hoe meer eigen vermogen, hoe schokbestendiger de bank.

De geschiedenis van het bankieren in de laatste twee eeuwen laat zich echter samenvatten als een gestage ‘race to the bottom’ met het eigen vermogen. Van 80% aan het begin van de negentiende eeuw daalde dit eigen vermogen tot zo’n 20% in 1929. Dat bleek veel te weinig toen de crisis uitbrak. Banken gingen massaal failliet en veel spaarders en obligatiehouders verloren hun geld. 

Toch ging de trend van het bezitten van alsmaar minder eigen vermogen gewoon door. Na de Tweede Wereldoorlog daalde het tot 10%, begin jaren ’90 tot onder de 7% gemiddeld in de EU, en zelfs tot 3% voor de Nederlandse banken. Dit steeds lagere eigen vermogen joeg het rendement op dit eigen vermogen omhoog. Hiervan profiteerden de eigenaren van de bank en natuurlijk de bankiers zelf. In 2007 en 2008 brandden veel banken echter snel door hun eigen vermogen heen en mocht de staat weer bijspringen.

Inmiddels is wereldwijd besloten de kapitaalseisen te verhogen tot... jawel: 3% van het totale vermogen. Wetenschappers bevelen hogere percentages aan, eerder zo’n 10%. Maar beleidsmakers durven niet te kiezen voor veilige banken vanwege de voorspelling van bankiers dat ze daardoor minder geld kunnen uitlenen. Bankiers stellen dat eigen vermogen relatief duur is. Dit gaat echter uit van vaste vergoedingen voor kapitaal. Als banken meer eigen vermogen krijgen, worden het echter veiligere banken. Die veiligheid wordt door verschaffers van zowel eigen- als vreemd vermogen beloond met juist lagere tarieven. 

Het idee dat juist veilige banken de samenleving beter kunnen dienen kan van bankieren weer een stabiel bedrijf te maken, één waarbij het erom gaat de beste leningen te verstrekken en niet de meest risicovolle financieringsconstructie voor de bank zelf op te zetten. Een idee waar juist een land als Nederland, met ten opzichte van de eigen economie één van de grootste en minst gekapitaliseerde banksectoren ter wereld, buitengewoon veel profijt van kan hebben.