Snow Fall: de toekomst van de journalistiek?

Er zijn journalisten die met weemoed terugkijken op de gouden jaren van de journalistiek. De belofte van internet is volgens hen nooit ingelost en op internet ziet de krant er nagenoeg altijd hetzelfde uit. Niets nieuws onder de zon.

En toen was daar ineens Snow Fall, de online publicatie van de New York Times (NYT). Het multimediale spektakel won onder meer een felbegeerde Pullitzerprijs en trok de aandacht van nieuwsredacties wereldwijd. Het was een verhaal over zestien skiërs en snowboarders die bij Tunnel Creek in de VS onder een lawine werden bedolven. Op de site waren de meest adembenemende animaties, video’s en foto’s te zien. Het zogeheten parallaxeffect (afbeeldingen verschijnen soepel op de pagina doordat de scrollsnelheid van foto’s verschilt van tekst) is sindsdien ineens gemeengoed onder webdevelopers.

Is dit de toekomst van de journalistiek? Nee, dat denk ik niet. Snow Fall heeft forse gebreken. Het spektakel werkt nauwelijks op telefoons en tablets. De NYT heeft iets teveel toeters en bellen uit de kast getrokken, waardoor men continue afgeleid wordt van het verhaal. En hoe vaak kan men zo’n project uitvoeren als je bedenkt dat ruim twintig personen acht maanden lang aan Snow Fall hebben gewerkt? 

Maar dankzij dit project heerst er ineens een nieuw elan in de journalistiek. Elke redactie wil zijn eigen Snow Fall. De klonen trappen nog altijd in dezelfde valkuil en stellen “vorm” boven “inhoud”. Maar er wordt in de oerconservatieve bedrijfstak wel weer geëxperimenteerd. Iedereen weet dat dit nu mogelijk is op internet. Het is niet perfect, maar dat was de eerste drukpers ook niet.

Ik hoop dat de optimisten verder gaan dan een afgeslankte versie van Snow Fall. Is dit de beste vorm voor elk medium en alle artikelen? Kan deze aanpak worden hergebruikt? Ik hoop dat mensen hun eigen multimediaal project gaan bedenken. Het kan weer en het mag weer. Snow Fall is daardoor het beste en meest inspirerende idee van 2013. En aan de uitvoering wordt nog druk gesleuteld.