Ruimte voor de jeugd

In 2013 is de Universiteit van Utrecht geëerd met een plaquette van de Historische Commissie van de Amerikaanse Chemische Vereniging (ACS) vanwege het baanbrekende werk dat Johannes H. van ’t Hoff in 1874 daar heeft uitgevoerd. Hij had toen, op 22-jarige leeftijd, het lumineuze idee dat atomen die samen moleculen vormen in een driedimensionale ruimte zijn gepositioneerd. Dit was in volledige tegenspraak met de toentertijd gangbare gedachte dat de atomen van moleculen in het platte vlak met elkaar verbonden waren. De eerste jaren na het verschijnen van zijn ideeën in een publicatie in “Archives Neerlandaises des Sciences Exactes et Naturelles” is Van ’t Hoff door bijna alle vooraanstaande wetenschappers verketterd. Het duurde vele jaren voordat zijn inzichten algemeen werden aanvaard en ze zijn nu niet meer weg te denken uit het huidige wetenschappelijk denken. Vandaar de erkenning voor het laboratorium waar het beste idee van 1874 werd geboren. Van ’t Hoff is nog steeds de bekendste Nederlandse chemicus en kreeg in 1901 de eerste Nobelprijs in de chemie voor zijn werk in de fysische chemie. Dit voorbeeld staat niet alleen. Zo kwam in 1920 het beste idee in de chemie van Hermann Staudinger. Zijn voorstelling van de structuur van polymeren – zijnde zeer lange ketens van covalent gebonden atomen, macromoleculen genoemd – was even controversieel. Ons laboratorium liet in 1997 zien dat het ook mogelijk is om sterke polymeren materialen te maken zonder gebruik te maken van macromoleculen. 

Een 21-jarige student maakte het eerste zogenaamde supramoleculaire polymeer door de zelfassemblage van kleine moleculen die bij elkaar worden gehouden door waterstofbruggen. Ook dit werd pas jaren later als een goed idee gezien met praktische implicaties, maar de eerste jaren als wetenschappelijke Spielerei afgedaan. 

Zo gaat het vaak in de technische en natuurwetenschappen: nieuwe inzichten komen voort uit onverwachte observaties, bijzondere uitkomsten van experimenten en tegendraadse ideeën. Deze inzichten worden slechts zelden direct algemeen herkend en erkend; zelfs niet door de grootste experts in de gebieden die het betreft. Als het dan ook nog blijkt dat deze briljante ideeën vaak voortkomen uit het brein van de jongste onderzoekers, wie ben ik dan om het beste idee van 2013 aan te dragen en toe te lichten? Het zal zeker jaren duren voordat we het beste idee van 2013 kunnen duiden. Verder getuigt het van weinig zelfkritiek als ik een voorbeeld neem uit mijn eigen omgeving voor deze uitverkiezing, hoewel ook dit jaar een aantal jonge onderzoekers in onze groep enkele bijzondere experimentele observaties hebben gedaan. 

De belangrijkste bijdrage die ik kan leveren voor het beste idee van de komende jaren is het stimuleren van jonge mensen – studenten en scholieren – waarbij ik zal trachten mijn passie voor de wetenschap over te dragen van generatie op generatie. Hopelijk zal dit een aanzet leveren tot vele vernieuwende inzichten en ideeën door de jongste generatie in de meest spannende wetenschap. Niet geremd door teveel kennis, uiterst nieuwsgierig en hongerig naar baanbrekende inzichten zal de jongste generatie misschien de eerste stappen zetten naar synthetisch leven. Alleen door deze lijn van onderzoek en de bijbehorende resultaten door briljante jonge onderzoekers, zullen we ook na 2050 met zoveel mensen op een duurzame wijze op deze aarde kunnen leven. Zegt het voort en enthousiasmeer de jeugd voor de ongekende mogelijkheden van de technische en natuurwetenschappen.