Rijden op waterstof

Het beste idee van 2013 hoorde ik op een conferentie die mijn studenten aan de Haagse Hogeschool organiseerden. Dat idee is even simpel als revolutionair: energie opwekken uit water, uit waterstof, om precies te zijn.

Waterstof, het element H uit H2O, zit in elke druppel water. En water, daar hebben we heel veel van in onze wereld. Zeker in Nederland hebben we water in overvloed. De fossiele brandstoffen waaruit wij nu onze energie verkrijgen, zoals olie en aardgas, zijn daarentegen schaars. De gasbel in Groningen bijvoorbeeld is binnenkort op.

Fossiele brandstoffen zijn vervuilend. Bij waterstof is het anders: wanneer je auto het verbrandt, stoot hij geen stoffen uit die schadelijk zijn voor het milieu. Uit de uitlaat komt alleen maar zuiver water. Bovendien zijn waterstofauto’s extreem zuinig. Zo zijn studenten een auto aan het ontwikkelen die drieduizend kilometer rijdt op één liter waterstof. 

Inmiddels rijden er in enkele Europese steden een paar bussen op waterstof. En in april van dit jaar lanceerde Hyundai in Nederland de eerste waterstofauto. Maar de vraag is natuurlijk waarom het niet op grotere schaal gebeurt: waarom rijden niet al onze auto’s en bussen op waterstof? 

Het antwoord op die vraag is tweeledig. Ten eerste heb je energie nodig om H van H2O te splitsen, en is waterstof extreem ontploffingsgevaarlijk wanneer het met de lucht in aanraking komt. Om daar beter mee om te gaan moeten er nog de nodige onderzoeken en testen worden gedaan en prototypes worden ontwikkeld. Dat kost geld. Helaas zijn de Nederlandse overheid en de Europese Unie nog niet erg kwistig met het beschikbaar stellen daarvan. Beleidsmakers hebben blijkbaar moeite met het loslaten van de oude, veilige assumptie dat brandstoffen schaars zijn. 

De tweede reden waarom we nog niet allemaal in waterstofauto’s rondrijden, is dat dit voor ons als consument pas rendabel wordt wanneer de productie ervan flink wordt opgeschaald. Ook moet er een goede infrastructuur worden aangelegd. Denk aan een wijdvertakt netwerk van waterstoftanks. Voor dat alles zijn flinke investeringen nodig. Het is de vraag of energiegiganten als Shell die investeringen gaan opbrengen. De exploitatie en verkoop van fossiele brandstoffen is namelijk hun grote melkkoe en die zullen ze niet gaan slachten. Voorlopig niet, althans. Ze zullen de koe pas een nekschot geven als hij geen melk meer produceert. Philips is toch ook veel langer doorgegaan met het produceren van energieverslindende gloeilampen dan nodig was?

Het ziet er dus naar uit dat de commerciële energiegiganten de vereiste investeringen niet gauw gaan plegen. Moeten we dan dus maar gewoon doorgaan met het vervuilen van ons leefmilieu? Of is er wellicht een actievere rol weggelegd voor onze nationale overheid, onze gemeenten en onze Europese Unie?