Rete Liberum: Common heritage of mankind

De ontwikkeling van de grenzeloosheid van de technologie maakt dat we in toenemende mate niet meer in staat zijn om in grenzen te denken, terwijl juist het recht en rechtvaardigheid op allerlei manieren grenzen nodig heeft. Binnen een land gelden regels die niet in een ander land gelden. Binnen een volkenrechtelijke context werken die landen samen, soms zeer hecht met afnemende soevereiniteit zoals in de EU, dan weer in een veel losser verband zoals de VN.

Tegelijkertijd zorgt de technologische grenzeloosheid, zoals zichtbaar op het internet, dat (individuele) landen zich ongerust maken over de invloed van buitenaf. Om die invloed voor te zijn, vluchten ze vooruit door de technologie te hulp te roepen. Dat doen ze bijvoorbeeld door anderen massaal af te luisteren, soms in VN-verband dan weer in het land van oorsprong, zoals PRISM (of 20 jaar geleden Echelon) ons duidelijk maakte. 

Wereldburgers kunnen gezamenlijk opkomen voor het behoud van de rechtstaat. We kunnen elkaar leren en van elkaar leren. De natiestaat is niet langer het goede vehikel om de rechtstaat(elijkheid) te garanderen. We moeten internet gaan zien zoals Hugo de Groot tegen de zee aankeek: ophouden met elkaar te beroven, ophouden met elkaar te bespioneren en ophouden met rechten te claimen op plaatsen waar die duidelijk niet van één land of natie zijn. Het internet, de (telecom)infrastructuur is niet van één land, niet van één bedrijf. Het moet de toegankelijkheid van alle bronnen en mensen garanderen in naam van de mensheid. VN-verdragen kennen hiervoor al een mooi concept: de Common heritage of mankind, zoals dat geldt voor de ruimte en hemellichamen, voor Antarctica, maar ook voor de schatten die nog op de bodem van de Hoge Zee op ontginning door de mensheid liggen te wachten.

Een wereldomspannend internet heeft wereldomspannende burgers nodig die gezamenlijk waken over de vrije toegankelijkheid van het internet in naam van de rechtvaardigheid.