Media en het puberbrein

De rol van de media in het publieke debat wordt vaak in de context van ‘moreel verval onder de jeugd’ of ‘verhuftering van de samenleving’ gezien. Maar eigenlijk is er geen onderzoek dat direct bewijs levert voor een verband tussen moreel verval onder jongeren en hun mediagebruik. Wel is veelvuldig het specifieke effect van mediageweld op agressie onderzocht. De resultaten daarvan worden stevig bekritiseerd, hoewel de effectgroottes van dergelijk onderzoek doorgaans vergelijkbaar zijn met die in het medisch onderzoek. De mate van invloed van bijvoorbeeld roken op kanker of van condoomgebruik op HIV, is vergelijkbaar met die van langdurige blootstelling aan mediageweld op agressie. Opvallend genoeg gaat het media-onderzoek slechts incidenteel over de groep die meestal centraal staat in dergelijke debatten over moreel verval: ‘de jeugd van tegenwoordig’. Meestal zijn studenten of volwassenen de deelnemers in het onderzoek. Belangrijker nog is dat het media-onderzoek nagenoeg los staat van het onderzoek naar de morele ontwikkeling van adolescenten. En andersom speelt in het onderzoek naar de morele ontwikkeling van adolescenten hun mediagebruik nauwelijks een rol. Voor de huidige jongeren maken media echter een geïntegreerd onderdeel uit van hun dagelijkse leefomgeving. Het idee is daarom de rol van de media te bestuderen in de context van de morele ontwikkeling onder adolescenten. 

Dankzij neuropsychologisch onderzoek is de laatste jaren het inzicht gegroeid dat er tijdens de adolescentie nog belangrijke ontwikkelingen plaatsvinden in het brein. Met name tijdens de vroege adolescentie veranderen de hersenen nog in gebieden die belangrijk zijn voor efficiënte informatieverwerking en het vermogen reflectief te kunnen redeneren. Dit is van cruciaal belang voor het moreel oordeelsvermogen alsook voor het begrijpen van gevolgen op de langere termijn. Adolescentie is tevens een periode waarin sociale gewoontes en gevoelens zich vormen en beklijven, waarbij de invloed van leeftijdsgenoten en vrienden groot is. Dit is ook te zien in het mediagebruik: uit ons recente onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het buitengesloten worden door peers of het slachtoffer zijn van pesterijen, een belangrijke rol speelt in hoe er met media wordt omgegaan. Daarbij blijkt een sleutelrol weggelegd voor de morele tolerantie ten aanzien van antisociaal en risicovol gedrag in de media. In samenwerking met neuro- en ontwikkelingspsychologen richt ons toekomstig onderzoek zich daarom op de vraag in hoeverre de (morele) ontwikkeling van het puberbrein gehinderd wordt door het intensieve mediagebruik, maar óók hoe de media effectief benut kunnen worden ter bevordering van de ontwikkeling van het puberbrein.