Hoe een slecht idee uit de jaren negentig kan leiden tot het beste idee van 2013

Sinds de jaren negentig is het Nederlandse hoger beroepsonderwijs volop in beweging. Onder het motto “groter is beter” werkten bestuurders van onderwijsinstellingen aan intensieve samenwerkingen, overnames en fusies. Er ontstonden megagrote hbo-instellingen met bestuurders die zich vooral ondernemer voelden. Groei hoort bij ondernemerschap en daarom keken die bestuurders met begerige ogen naar de universiteiten. Samenwerking met het wetenschappelijk onderwijs zou een enorme kwalitatieve en kwantitatieve impuls voor het hoger onderwijs betekenen.

In Amsterdam fuseerden de VU en de Zwolse hogeschool Windesheim. De Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam hebben sinds 2003 één College van Bestuur. Een groot succes? Alles behalve. In 2009 verbrak Windesheim de als knellend ervaren banden met de Vrije Universiteit. En hoewel de HvA en UvA nog wel één CvB hebben, zijn de vooraf geformuleerde doelstellingen anno 2013 niet bereikt en zijn vele studenten en docenten niet enthousiast over de intensieve samenwerking. In de krochten van de HvA kun je luid en duidelijk horen dat de HvA de weg van Windesheim moet volgen en in de wandelgangen van de UvA hoor je hetzelfde geluid.

Toch is fuseren, of in ieder geval samenwerken, ook nu – in 2013 –  een uitstekend idee. Zeker, uiteindelijk levert het financiële voordelen op, maar dat is niet doorslaggevend. Als je de intensieve samenwerking tussen de UvA en de HvA goed organiseert, kun je de onderwijskwaliteit verbeteren. Die samenwerking moet je niet van bovenaf opleggen. Oekazes werken immers niet. Nee, laat wetenschappers en docenten onderwijsprogramma’s bedenken waarin samenwerking tussen hbo en universiteit centraal staat en wel zodanig dat de identiteit van beide gehandhaafd blijft en waar iedere student voldoende wordt uitgedaagd om zich binnen zijn mogelijkheden en voorkeuren optimaal te ontwikkelen. En ja, dat betekent dat de Berlijnse muur tussen HBO en universiteit afbrokkelt en uiteindelijk verdwijnt. Is dat raar?

Het is even wennen, maar er zijn tal van landen waar de scheiding tussen hbo en beroepsonderwijs niet bestaat. In jargon: die landen hebben geen binair stelsel. Dat geldt bijvoorbeeld voor Amerika. We hebben niet de indruk dat de afwezigheid van een binair stelsel in Amerika heeft geleid tot een technologische en wetenschappelijke kaalslag. Zou ons hoger onderwijs echt blijvend verarmen als we grenzen en muren tussen hbo en universiteit weghalen? Wij denken van niet. Als dat trouwens is gebeurd, dan is de volgende stap – het beste idee van 2015 – het afbreken van de muren tussen allerlei studies en opleidingen. Maar daar gaan we het in een volgende uitgave van dit boek over hebben.