Het tegengaan van energiediefstal

De goedkoopste en schoonste watt is de watt die je niet hoeft op te wekken 

Dit is onomstotelijk waar omdat er geen kosten en geen CO2-emissies gepaard gaan met de elektriciteit die niet wordt opgewekt. Dit vat dan ook de twee belangrijke redenen samen waarom het tegengaan van diefstal van vermogen uit het elektriciteitsnetwerk de kosten omlaag brengt en tegelijk de duurzaamheid van het elektriciteitsaanbod verhoogt. 

De diefstal van elektriciteit is een veronachtzaamd onderwerp, dat niettemin enorme financiële gevolgen heeft (zie figuur 1). De jaarlijkse kosten bedragen bijvoorbeeld zes miljard dollar in de VS en meer dan tweehonderd miljard wereldwijd. In de VS bedraagt het totale verlies van energie uit het netwerk rond de 7%, waarvan 4% waarschijnlijk het gevolg is van technische uitval. Dat betekent dat diefstal zorgt voor een verlies van 2 tot 3% van de opgewekte elektriciteit. Mensen stelen elektriciteit om de kosten omlaag te brengen van fabrieken, restaurants, winkelcentra en tal van andere zaken. 

In een klein land als Nederland worden er per jaar ongeveer 5.000 gevallen van energiediefstal ontdekt. De meerderheid van die diefstallen wordt gepleegd om wietplantages van stroom te voorzien. In Brazilië bedraagt de diefstal dikwijls wel 30%, wat een groot probleem is, ook omdat die diefstal vaak in woonwijken gebeurt. In India of Pakistan bedraagt het elektriciteitsverlies 30 tot 50%. In deze landen spelen de aanzienlijke socio-economische problemen daarbij een rol. Vaak stelen dieven de elektriciteit voordat die de energiemeter gepasseerd is. Meer geavanceerde dieven stelen energie direct vanaf het laagspanningsnet en zulke illegale aftapping leidt vaak tot gevaarlijke situaties en brand.  

Figuur 1: Diefstal in de VS in jaarlijkse bedragen

Afhankelijk van het type opwekking, vertegenwoordigt deze gestolen hoeveelheid elektriciteit ongeveer 600 miljoen ton CO2-uitstoot per jaar, wat gelijk staat aan de uitstoot van 200 kolencentrales of ongeveer 140.000.000 auto’s (uitgaande van 4 tot 5 ton CO2-emissie per auto per jaar), wat overeenkomt met ongeveer 10% van alle auto’s wereldwijd. Het heeft dus wel degelijk zin om gestolen elektriciteit op te sporen en ervoor te zorgen dat de kosten van de elektriciteitsvoorziening omlaag gaan en tegelijkertijd het energiesysteem duurzamer wordt. 

Het bedrijf Awesense heeft een relatief eenvoudige en goedkope manier ontwikkeld om vast te stellen waar elektriciteit illegaal afgetapt wordt. Hun SenseNET-systeem speurt diefstal en andere verliezen in het distributiesysteem op, of het elektriciteitsbedrijf nu slimme meters ingesteld heeft of niet. Het systeem bestaat uit software die de meest waarschijnlijke plekken opzoekt waar diefstal wordt gepleegd en een aantal sensoren (zie figuur 2) die een monteur aan de hoogspanningsleiding hangt en die daar meestal ongeveer een week blijven hangen. Bovendien wordt er een draadloos netwerk gebruikt tussen de sensoren en de laptop. 

 

Figuur 2. Een Awesense-sensor

Na een week worden de data uit het draadloze netwerk verzameld door een monteur (zie figuur 3). De combinatie van de meetgegevens en de actuele verbruiksgegevens levert, na verloop van tijd, een goed inzicht in de feitelijke werking van het energienetwerk. De software kan vervolgens eenvoudig de precieze locaties aangeven waar elektriciteit gestolen wordt.

Conventionele data-analyse heeft meestal een succespercentage van 30 tot 50%. Ervaringen met dit systeem van Awesense tonen aan dat het een succespercentage heeft van meer dan 90%. 

Figuur 3. Awesense-sensoren aan hoogspanningsleidingen in een elektriciteitsnetwerk.