Het antwoord voor alle vragen

Als we ons blijven gedragen als mensen, missen we wat de machine weet. Die verbergt voortdurend antwoorden voor ons. Mijn idee van het jaar is om nooit meer vragen te stellen aan computers. In plaats daarvan pleit ik voor “andersom denken”.  

Dit is hoe een mens denkt:

“lijst van Amerikaanse presidenten van de 20ste eeuw”
De computer komt met slechts 23 resultaten.

De computer ‘denkt’:

John F. Kennedy (1961-1963)
Dwight D. Eisenhower (1953-1961)
Lyndon B. Johnson (1963-1969)

De computer denkt niet in concepten. De mens wel.  Een computer gedraagt zich meestal als een index van een boek. De mens denkt meestal als de inhoudsopgave en daardoor gaat het mis.

Ik wil de toekomstplannen weten van een Noors bedrijf, Sintef, voor Brazilië en Zuid-Amerika. Eerst probeer ik “toekomstvisie”, daarna “toekomstplannen”, vervolgens “missie”, “doel”, “visie” – steeds in combinatie met de naam van het bedrijf. Als mens probeer ik heldhaftig het beter te weten dan de computer. Ik ga synoniemen bedenken, ook al kan ik het precieze woordgebruik in het document niet met 100% zekerheid voorspellen.

Toch is er een oplossing. Open daarvoor altijd eerst een willekeurig document over het zoekwoord, in dit geval een willekeurigetoekomstvisie. Hier zijn er drie:

“McDonalds vision is to be the best quick service restaurant”
“The Red Hat mission is to be a catalyst for creating better open source technology”
"Our goal is to be marketleader in 2016”

De een spreekt van vision, de ander van mission en de derde van goal. Ik noem dat de synoniemenval: je kan veel tijd kwijt zijn met het bedenken van alternatieven. Alle drie bedrijven spreken hun verwachting uit: ze willen iets zijn na verloop van tijd. Het gat tussen mens en machine is opeens te dichten: ze willen zijn oftewel, “is to be”. Door te denken als het document is

 sintef “is to be” brazil 

een simpele, maar zeer doeltreffende actie. We denken niet meer na over verschillende synoniemen, maar over wat in taal een toekomstverwachting tot een toekomstverwachting maakt. Om de vraag te kunnen beantwoorden, vullen we de zekerheden in uit het mogelijke antwoord. 

Ik ga, om dat te illustreren, graag een gedachtenexperiment met u aan. Bedenk eens een “waarom”-vraag waarvan u denkt dat een computer hem kan beantwoorden. Klaar? Ik hoef de vraag niet te weten. 

Toch kan ik redelijk voorspellen welk woord in het antwoord zal staan dat u zoekt. 

Ik denk dat dit woord “omdat” of “doordat” is. Klopt dat? Gewetensvraag: zoekt u ooit op het woord “omdat” als u een “waarom”-vraag heeft? Nu weet u waarom het nuttig is.

Zoek in plaats van het concept “oorzaken van staatsschuld” naar “staatsschuld stijgt omdat” of “staatsschuld is gestegen omdat”. Welk woord past bij een mening over iemand? Meestal is dat het simpele woordje is

De enige houvast die u heeft bij het zoeken naar concepten die de computer niet begrijpt, is taal. Zoekt u een serie interviews met iemand, type dan niet “interview(s)” – in de meeste interviews staat niet dat het een interview is. Verdiept u zich in plaats daarvan in een willekeurig interview. Al gauw ziet u dat daarin de volgende woorden vrijwel altijd voorkomen:

  • de naam van de geïnterviewde
  • “zegt” (achternaam)
  • “ik”

En toch typen maar weinig mensen die woorden in: “ik, zegt …”

Met studenten van de Universiteit van Amsterdam onderzocht ik het taalgebruik van ooggetuigen op Twitter. Vrijwel elke tweet van een ooggetuige bevatte een persoonlijk voornaamwoord. Achteraf gezien klinkt dat logisch: het is de enige manier van een getuige om de relatie tussen hem/haar en de wereld te verwoorden. Sindsdien stel ik computers nooit meer een vraag. Ik voorspel het antwoord.