Een nieuwe definitie van vrijheid in Europa

De tijd dat besluiten over politieke en ethische vraagstukken in Nederland genomen konden worden, binnen de nationale context, ligt definitief achter ons. Het nationale debat wordt steeds meer een internationaal discours. Stevige meningsverschillen over de betekenis van Europa, de waarde van vrede, de viering van vrijheid en de invulling van burgerschap zijn aan de orde van de dag. Voor al deze begrippen geldt dat ze toe zijn aan een herijking.

Het Verdrag van Lissabon heeft resoluut gebroken met een politieke praktijk waarbij de relaties tussen de Europese staten werden bepaald door geo- en machtspolitieke verhoudingen. Daarvoor in de plaats ontwikkelt zich een netwerk van fijnmazige interdependenties op alle gebieden van het maatschappelijk leven. Het innovatieve van deze werkelijkheid is dat niet alleen de regeringen, maar ook de uitvoerende instituten, het bedrijfsleven en nu ook de burgers zelf steeds meer grensoverschrijdend met elkaar verbonden zijn, hetgeen onvermijdelijk is en in toenemende mate leidt tot een complex stelsel van gedeelde verantwoordelijkheden.

Dit maakt een heroverweging van één van de belangrijkste leerstukken van internationale politiek, de Von Clausewitz-doctrine, noodzakelijk. Deze komt er vrij vertaald op neer dat oorlog de voortzetting is van de diplomatie met andere middelen. Het lijkt erop dat we na bijna 70 jaar vrede rekening kunnen gaan houden met een serieus vervolg hierop. Zo bekeken zou die kunnen luiden: de EU is de voortzetting van de vrede met andere middelen.

De EU fungeert immers als platform en toetsingsorgaan, zodat aan alle 500 miljoen staatsburgers van de 28 lidstaten van de Unie de ruimte geboden kan worden om in een steeds duidelijker politiek en juridisch kader uiting te geven aan het beleven van de individuele vrijheid. Na eeuwen van gewapende conflicten heeft Europa een nieuwe staat van existentie bereikt waarvoor het woord “vrede” in onvoldoende mate de lading dekt.Voordat individuele vrijheid, mede door de toegenomen welvaart, een massaproduct werd, waren vrede en vrijheid twee kanten van dezelfde medaille. Immers, zonder vrede geen vrijheid en om vrede te bereiken waren velen bereid hun leven te geven om de vijand te verslaan en wederom in vrijheid te kunnen leven.

Het is te hopen dat de mantra van geen oorlog, vrede en veiligheid, langzaam maar zeker kan worden ingewisseld voor een nieuwe invulling van het begrip vrijheid, dat nu meer dan ooit gekoppeld zal zijn aan de beleving van burgerschap in de context van een Europese waardengemeenschap.