Een nieuwe bevlogenheid

De afgelopen decennia is er met enige regelmaat het einde van iets verkondigd: het einde van de geschiedenis, van de kunst, van de idealen, de planeet aarde, ja zelfs het einde van de mensheid werd over ons afgeroepen. Maar wordt het niet eens tijd de andere kant op te kijken? Onze obsessie met het einde heeft het zicht op een nieuw begin aan onze blik onttrokken. We geloven amper dat zo’n begin nog mogelijk is, terwijl juist het vermogen opnieuw te beginnen, een andere weg in te slaan of het roer eens radicaal om te gooien het meest unieke en ‘hoogste vermogen van de mens is’, zoals Hannah Arendt in The Human Condition(1958) schreef. Bovendien: hebben we niet meer behoefte aan ideeën die met hoop en bevlogenheid beladen zijn, dan een zoveelste cultuurpessimistische oprisping dat het einde hoe dan ook nabij is?

Maatschappijkritiek is onontbeerlijk voor een democratie, maar deze tijd vraagt ook om nieuwe visies en vergezichten om de problemen op ecologisch, economisch en sociaal-politiek terrein het hoofd te kunnen bieden. We kunnen ons niet langer verschuilen achter een cynische of nihilistische levenshouding die geen enkel ideaal meer durft te omarmen, uit angst om voor een naïeve dromer te worden uitgemaakt. Want zonder nieuwe idealen komen er geen nieuwe ideeën, die immers beiden van het Griekse woord idea afstammen. Deze tijd vraagt om nieuwe inkleuringen van de door het hyperkapitalisme verduisterd geraakte westerse horizon, zodat we opnieuw richting kunnen bepalen. 

Een nieuw begin moet bezield worden door een nieuwe gedachte. Bevlogenheid komt als enthousiasmos reeds in de teksten van de Griekse filosofen voor en betekent inspiratie, hetgeen volgens Plato onmisbaar is voor zowel dichters als denkers. Het is een ‘stemming van de ziel’ die niet van hogerhand – een overheid of bedrijf – kan worden afgedwongen, maar die zich pas openbaart als we voldoende rust nemen om over ons zelf en de wereld na te denken. Pas vanuit die afwachtende houding kunnen we door een nieuwe gedachte bezield raken, die onze blik voorbij datgene wat reeds voorhanden is – de status quo – weet te verleggen naar een ou-topos, in de dubbele betekenis van nog ‘niet bestaande’ en ‘goede’ plaats. Geïnspireerd door dat nieuwe vergezicht maken we ons los van oude patronen en kunnen we daadwerkelijk een nieuw begin maken. 

In de voorhoedes van de beeldende kunst zien we al enige tijd een terugkeer tot utopische vergezichten. Zowel de Biënnale in Venetië als de Dokumenta in Kassel tonen werken van jonge kunstenaars die het nihilisme vaarwel hebben gezegd en op zoek gaan naar beelden die ons tot verandering kunnen inspireren. Ze nemen afstand van de mens als ‘consumerend dier’ en van de postmoderne wankelmoedigheid alles te willen ironiseren. Ze schrijven geen eensluidende ideologie, maar proberen op bescheidener wijze nog wat brokstukken idealisme onder het puin vandaan te slepen. Ze zwaaien kortom niet met een nieuwe versie van het rode boekje, maar zaaien wel twijfels over het vermeende faillissement van ideeën, die een rechtvaardiger en schonere wereld beogen. De terugkeer naar een nieuwe bevlogenheid is naar mijn idee het beste idee van 2013.