Een fiscale wereldmacht

Het beste idee van 2013 is het antwoord op een klassiek economisch vraagstuk: hoe kan de overheid, als hoeder van het publiek belang, tegenwicht bieden aan de opeenhoping van kapitaal in de handen van privépartijen?

Waarom verdient deze vraag in 2013 onze aandacht? Omdat er iets ongekends gaande is.

Een nieuwe elite raust razendsnel miljarden bij elkaar. In de Verenigde Staten verdiende in 1970 de rijkste één procent een tiende van het nationaal inkomen. Nu is dit een derde. De snelste vermogensgroei zit in het topje van de rijkste één procent. Crisis of geen crisis: de miljardairs verslaan de miljonairs. De trend is wereldwijd. De superelite verrijkt zich ook in landen als India, Rusland en China. Google maar eens op Lakshmi Mittal, Vladimir Lisin of Li Ka-Shing.

De ongekende accumulatie van private rijkdom is het gevolg van globalisering en technologische ontwikkeling. Via internet kunnen ondernemers nu miljoenen consumenten bereiken en bedienen. De oprichters van Apple, Google en Facebook danken hieraan hun fortuin.

Door automatisering en robotisering hebben bedrijven relatief ook minder personeel nodig. De meerwaarde die bedrijven creëren, belandt steeds minder bij de arbeiders (in de vorm van loon) en steeds meer bij de eigenaren (in de vorm van winst).

Het zich ophopende kapitaal flitst vrij over de wereld op zoek naar het hoogste rendement. De superrijken bekijken waar hun miljarden het best gedijen en waar het klimaat fiscaal het gunstigst is. Belastingontduiking is hun dagelijks werk, vooral in ons land. Starbucks, Amazon, Ikea: allemaal ontduiken ze de belasting via Nederland.

Steeds meer kapitaal in de handen van bedrijven en particulieren die amper belasting betalen: voor nationale belastingdiensten is dit een probleem. Het slaat de grond weg onder hun inkomsten en bedreigt de financiering van de publieke zaak.

En dat moet stoppen: belastingdiensten aller landen moeten de handen ineen slaan. Pogingen hiertoe, bijvoorbeeld in EU-verband, bleken tot nu toe moeizaam. Toch begint het idee van een ‘fiscale wereldmacht’ te wortelen. Wereldleiders hebben tijdens de G20-top in Sint-Petersburg ambitieuze plannen voor fiscale samenwerking omhelsd. Topeconomen als Tony Atkinson en Joseph Stiglitz pleiten openlijk voor een World Tax Agency, vergelijkbaar met de Wereldhandelsorganisatie.

Het idee van 2013 is dat landen één fiscale wereldmacht vormen door een nieuw supranationaal instituut in het leven te roepen. Het kan niet anders. Als nationale overheden tenminste willen voorkomen dat de vermogensverdeling nog schever wordt, dat de graaiende plutocraten de belastinggrondslagen verder ondergraven en de publieke zaak nog verder ondermijnen. En dat willen ze.