Een brede blik voor de precieze kankerbehandeling

Dankzij vooruitgang in tumorbiologisch onderzoek kunnen steeds meer kankerpatiënten behandeld worden op grond van de specifieke eigenschappen van hun tumor. Deze eigenschappen worden meestal bepaald in resterend tumormateriaal van een vroegere biopsie of operatie. De eigenschappen in dit weefsel geven dus niet precies de situatie van het moment van de nieuwe behandeling weer. Maar ook als een nieuw biopt afgenomen wordt, geeft dat niet alle informatie, omdat dan nog steeds het probleem van heterogeniciteit bestaat. We weten namelijk sinds kort dat er een grote heterogeniciteit bestaat in de aanwezigheid van bepaalde eigenschappen tussen tumorlaesies en zelfs binnen één laesie. Deze wisselende aanwezigheid van eigenschappen in laesies vormt een enorme barrière om precieze geneeskunde toe te kunnen passen in de oncologie. Vanwege deze heterogeniciteit en het feit dat het praktisch vaak niet doenlijk is om alle laesies te biopteren, zijn er dringend andere technieken nodig die ons, liefst niet invasief, informeren over deze eigenschappen. 

Moleculaire afbeelding met positron emission tomography (PET) kan dit doel potentieel bereiken. PET is een beeldvormende techniek waarbij een speurdosis van een gelabeld radioactief isotoop gericht tegen een bepaalde eigenschap wordt toegediend aan de patiënt. Deze speurdosis hoopt zich op op plaatsen waar de eigenschap aanwezig is. Daar komen dan signalen vrij die gedetecteerd kunnen worden door een ringdetector die er een 3D-afbeelding van maakt. Dit geeft een brede blik, want zo kan het hele lichaam in kaart gebracht worden en kan zelfs de specifieke opname van de radioactieve isotoop in de verschillende organen en tumorlaesies gekwantificeerd worden.

Wij hebben inmiddels voor allerlei belangrijke eigenschappen in tumoren, zoals de oestrogeenhormoonreceptor, groeifactoren en groeifactorreceptoren, aan kunnen tonen dat er een enorme heterogeniciteit kan zijn tussen laesies van een patiënt. De gebruikte techniek kan nu nog alleen uitgevoerd worden door ambitieuze multidisciplinaire teams, maar essentieel is dat voor de toekomst deze kennis ook naar anderen overgedragen moet worden.

Wij wisten als dokters al dat een bepaalde behandeling niet altijd hoefde te werken voor alle tumorlaesies, maar het is nog even de kunst ons hier nu ook actief op in te stellen. Hopelijk kunnen we in de toekomst, als we weten wat we redelijkerwijs verwachten aan reactie op therapie voor de verschillende tumorlaesies, onze therapie ook laten bestaan uit een benadering die de eigenschappen van de verschillende laesies recht doet, om op die manier alsnog preciezere geneeskunde voor de kankerpatiënt mogelijk te maken.