Digitale contrarevolutie

Er werd altijd gezegd dat internet een medium is met een grote democratische potentie. Internet zou nieuwe mogelijkheden bieden voor een democratische en rechtvaardige samenleving en zou zelfs de wereldvrede naderbij kunnen brengen. Dat geloof, of die hoop, was gebaseerd op een paar steekhoudende argumenten. Ten eerste is internet een laagdrempelig medium waarvan álle burgers gebruik kunnen maken om hun opvattingen en verlangens naar voren te brengen. Ten tweede is het een globaal medium waarmee iedereen in de hele wereld snel bereikt kan worden — fysieke grenzen verdampen als sneeuw voor de digitale zon. Internet is tenslotte een interactief medium waarmee mensen op alle denkbare manieren met elkaar kunnen communiceren: synchroon en asynchroon; een-op-een, een-op-velen, velen-op-een en velen-op-velen. Dat zijn ideale condities voor democratische meningsvorming.

Voor sociale emancipatiebewegingen en politieke bevrijdingsbewegingen is cyberspace een communicatieve ruimte geworden waarin ze hun ervaringen uitwisselen, informatie delen, eisen formuleren en acties coördineren. Door ‘globaal te communiceren’ en ‘lokaal te handelen’ breiden oppositiebewegingen en dissidenten hun openbaarheid aanzienlijk uit. Cyberspace schept nieuwe communicatieruimtes voor processen van menings- en besluitvorming die op hun beurt de institutionele politiek kunnen corrigeren en verrijken. De geslaagde lenterevoluties in een aantal Noord-Afrikaanse landen cultiveerden die hoop. 

Maar internet is geen inherent democratisch medium. Cyberspace is zelf een politieke arena geworden waarin tegengestelde maatschappelijke krachten om de macht strijden. In 2013 deden zich twee gebeurtenissen voor die erop wijzen dat internet ook een medium kan zijn waarmee de hoeders van de status quo en dictators hun machtsposities beschermen. In Syrië werd en wordt het internet door het regime van Assad gebruikt om dissidentie en oppositie genadeloos de kop in te drukken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van in Westerse landen gekochte spionage programma's (DarkComet, BlackShades, FinFisher) waarmee al het telefoon- en internetverkeer wordt afgeluisterd. De spyware werd zelfs verpakt in een encryptiemodule voor Skype, die door veel Syrische activisten wordt gebruikt. In de Arabische wereld begreep het Syrische bewind als eerste het nut van contrarevolutionaire virtuele organisatie. A real army in virtual reality, zo noemde Assad zijn Syrian Electronic Army (SEA).

De tweede gebeurtenis was de onthulling van de enorme reikwijdte van het afluisterprogramma Prism van de Amerikaanse National Security Agency (NSA). Sinds de onthullingen van Edward Snowden (en al een jaar eerder van William Binney) weten we dat de NSA werkelijk alles wat er maar af te luisteren valt ook daadwerkelijk wereldwijd afluistert. Met afgedwongen medewerking van de belangrijkste internetbedrijven, zoals Microsoft (“Your privacy is our priority”), Yahoo, Google, Facebook, YouTube, Skype, AOL en Apple. In democratische rechtsstaten zijn de bevoegdheden van inlichtingen- en veiligheidsdiensten nauwkeurig omschreven en afgebakend. Maar in de VS is de militarisering van de communicatieve infrastructuur al in een vergaand stadium. 

Internet kan een krachtig instrument zijn voor democratisering en individuele vrijheid, maar het kan ook worden gebruikt om exploitatie, onderdrukking en discriminatie in stand te houden en te legitimeren. Controle op communicatiemedia is altijd al de eerste verdedigingslinie van machthebbers om voor hun misdaden weg te lopen. We weten nu dat dit in het internettijdperk niet veel anders is. Digital contrarevolutie ligt overal op de loer.