Democratische gecijferdheid

Every quantitative measurement we have shows we are winning the war.

Robert McNamara, 1962 (dertien jaar voor het einde van de Vietnamoorlog)

In 431 voor Christus slaagt de Atheense staatsman Pericles erin zijn stadsgenoten de rampzalige Peloponnesische Oorlog in te praten. Volgens de geschiedschrijver Thucydides (±460-400) zet Pericles naast “de gebruikelijke argumenten” een ander overtuigingsmiddel in: een duizelingwekkend retorisch bombardement van getallen en berekeningen. Hij rekent de Atheners voor hoe groot hun oorlogskas kan zijn met een beetje creatief boekhouden; hij imponeert met de grote aantallen manschappen die Athene rijk is en berekent hoeveel kilometers fortificaties de regio bevat—een carnaval van verschillende soorten getallen, die soms niets met elkaar te maken hebben en die al helemaal niet eenduidig op een Atheense overwinning wijzen. Na afloop van deze rede bulken de Atheners van het zelfvertrouwen en stormen ze een oorlog in die ze nooit zullen winnen.

Jaren later kijkt Thucydides terug op deze redevoering en doorziet hij het sleutelmoment: Pericles gebruikt “rekenen”, logizesthai, een Griekse term die bij uitstek samenhangt met noties van rationaliteit en verantwoording (logos), juist om de kritische zin bij zijn gehoor uit te schakelen en in te spelen op massapsychologie. Het politieke gebruik van getallenberekeningen is voor hem vergelijkbaar met massacommunicatieve verschijnselen als geruchten, roddels en manipulatieve welsprekendheid.

Getallen zijn overal. Ze zijn zo vanzelfsprekend dat we hun aanwezigheid vaak over het hoofd zien. Dat geldt voor het Athene van Pericles; het geldt in hoge mate ook voor onze hedendaagse samenleving, waarin meten weten is en waarin we graag doen voorkomen alsof management by numbers garandeert dat het politieke proces exact, onpartijdig, betrouwbaar en transparant verloopt. Cijfers, berekeningen, statistieken en peilingen zijn dragers geworden van democratische waarden.

Hiermee wordt gecijferdheid, het vermogen om numerieke informatie te begrijpen, een vaardigheid van cruciaal belang voor maatschappelijke participatie. Democratische gecijferdheid reikt verder dan het kunnen lezen van een tabel of peiling. Democratische gecijferdheid houdt het besef in van de manier waarop numerieke informatie als vanzelfsprekende informatie wordt gepresenteerd en het debat bepaalt door vooronderstellingen aan het zicht te onttrekken (“groeicijfers”: moet onze economie inderdaad groeien?); zicht op de ideologische functie van getallen (wiens belangen zijn gediend met ’s werelds machtigste getal, het BNP?); weerstand tegen de verleiding om besluitvorming als een mechanisch proces te zien. Met democratische gecijferdheid maken we kinderen en volwassenen, burgers en vertegenwoordigers weerbaarder in een complexe samenleving die doordrenkt is van numerieke data.